Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het was toen elf uur. Hoewel het in elke andere omstandigheid onnoodig geweest zou zijn, dacht Michael Strogoff er aan zijn podaroshna aan het bureau van den politiemeester te vertoonen.

Het besluit kon wel geen betrekking op hem hebben, omdat in dat geval voor hem voorzien was, maar hij wilde zekerheid hebben dat niets zich tegen zijn vertrek uit de stad zou kunnen verzetten.

Michael Strogoff moest dus naar den anderen oever van de Wolga terugkeeren, naar de wijk waar zich de bureaux van den politiemeester bevonden.

Daar was een groote toeloop, want, ofschoon de vreemdelingen bevel hadden gekregen de provincie te verlaten, waren zij evenwel, vóór te kunnen vertrekken, aan zekere formaliteiten onderworpen. Zonder deze voorzorgsmaatregelen zou een of andere Rus, min of meer in de Tartaarsche beweging betrokken, dank zij eene vermomming, de grenzen kunnen overtrekken, — hetgeen het besluit juist zocht te voorkomen. Men werd weggezonden, maar toch had men verlof noodig om te kunnen gaan. Potsenmakers, heidens, vermengd onder kooplieden van Perzië, Turkije, Indië, Turkestan, China bestormden de binnenplaats en de bureaux van het politiehuis. Iedereen haastte zich, want de middelen van vervoer zouden zeer gezocht worden door die menigte uitgezette lieden van allerlei aard, en zij, die te laat kwamen, liepen groot gevaar van op den bepaalden tijd, de stad niet te kunnen verlaten, — hetgeen hun zou blootstellen aan eene barsche tusschenkomst der agenten van den gouverneur.

Michael Strogoff, kon, dank zij de kracht zijner ellebogen, de binnenplaats oversteken. Maar de bureaux binnen te komen en het raampje der beambten te bereiken, dat was een moeielijker werk. Doch een enkel woord, dat hij in 't oor van een inspecteur fluisterde, en eenige op zijn tijd gegeven roebels vermochten hem een doortocht te banen.

Na hem in de wachtkamer binnengelaten te hebben, ging de agent een hoofdbeambte roepen. Michael Strogoff zou nu weldra aan de politieverordeningen voldaan hebben en vrij in zijne bewegingen zijn.

Middelerwijl keek hij om zich heen, en wat zag hij?

Hij zag daar op eene bank, eerder neergevallen dan neergezeten, een jong meisje, aan eene stille wanhoop ten prooi, ofschoon hij nauwelijks haar gelaat kon zien, waarvan slechts dé omtrek zich op den muur afteeken de.

Michael Strogoff had zich niet vergist. Hij had het jonge Lijflandsche meisje herkend. Niets van het besluit van het gouvernement afwetende, was zij naar het bureau van politie gekomen om

haar vrijgeleide te laren afteekenen! Men had haar het visum

geweigerd! Buiten twijfel had zij vergunning om zich naar Ir-

Sluiten