Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Wanneer wij eens de grens over zijn, dan zullen wij in Siberië zijn.... dat is te zeggen, in het overheerde land."

„Dat zullen wij!"

„Welnu dan, maar ook dan eerst, zal het oogenblik daar zijn om te zeggen: „Ieder voor zich, en God voor...."

„God voor mij!"

„God voor u, geheel alleen ! Zeer goed! Maar daar wij nog acht dagen van onzijdigheid vóór ons hebben, en het zeer zekei met nieuwstijdingen onderweg niet druk zal gaan, laat ons dan vrienden zijn tot op het oogenblik dat wij opnieuw mededingers worden."

„Vijanden."

„Ja! juist, vijanden! Maar laat ons dan tot dien tijd eenstemmig handelen en elkander niet verscheuren! Ik beloof u overigens, dat ik al hetgeen ik zal zien voor mij zal houden."

„En ik, hetgeen ik zal hooren."

„Alzoo afgesproken:"

„Afgesproken."

„Uwe hand er op?"

, Ziedaar."

En de hand van den eerste, dat wil zeggen vijf wijd geopende vingers, schudde flink de twee vingers, die hem de tweede flegmatisch toestak.

„O! ja," zeide de eerste, „ik heb van morgen reeds om tien uur zeventien minuten aan mijne nicht den tekst van het besluit kunnen telegrapheeren."

„En ik. ik heb reeds om tien ure dertien aan de Daily Telegraph geseind."

„Bravo, mijnheer Blount.'

„Wel vriendelijk, mijnheer Jolivet."

„Tot wederdienst bereid."

„Dat zal moeielijk zijn!"

„Men zal het evenwel beproeven!"

Dit zeggende, groette de Fransche verslaggever den Engelschen correspondent zeer vertrouwelijk, die het hoofd buigende, zijn groet met echt Britsche stijfheid beantwoordde.

Het besluit van den gouverneur had geene betrekking op de beide nieuwsjagers, omdat zij noch Russen, noch van Aziatischen oorsprong waren. Zij waren dus vertrokken, en, als door hetzelfde instinct gedreven hadden zij te zamen Nijni-Novgorod verlaten en bijgevolg van hetzelfde middpl van vervoer gebruik gemaakt om de Siberische steppen te bereiken.

Alcide Jolivet en Harry Blount aldus hoorende praten, had Michael Strogoff tot zich zelf gezegd: „Die twee heeren zijn nieuwsgierige en onbescheiden klanten, die ik waarschijnlijk op mijn weg zal ontmoeten. Ik moet voorzichtig zijn en hen op een afstand houden."

Het Lijflandsche meisie rustte nog steeds uit in hare hut, en

Sluiten