Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Michael Strogoff wilde haar niet wakker maken. De avond brak dus aan zonder dat zij op het dek van de Kaukasus verscheen.

De lange schemering had den dampkring nu zeer opgefrischt, waarnaar de passagiers, na de drukkende hitte van den dag, snakten. Toen het reeds ver in den nacht was geworden, dachten de meesten er niet meer aan om het dek te verlaten. Langzamerhand vielen zij in slaap en de stilte werd enkel gestoord door den geregelden slag van de schepborden op het water.

Zekere ongerustheid hield Michael Strogoff wakker. Hij liep heen en weer, maar immer achterop het dek. Eenmaal evenwel overschreed hij de machinekamer en bevond zich toen op dat gedeelte van het dek, bestemd voor de reizigers der tweede en derde klasse.

Daar sliep men, niet alleen op de banken, maar ook op de goederen, en zelfs op dekplanken. Alleen de matrozen van de wacht stonden op het voordek.

Men moest zeer voorzichtig zijn, om de slapenden, die hier en daar uitgestrekt lagen, niet te trappen, want men zou zeer slecht ontvangen zijn.

Michael Strogoff paste dus op om tegen niemand aan te stooten. Met zoo naar het andere einde der boot te loopen, had hij geen ander doel dan de slaap door eene eenigszins langere wandeling te bestrijden. Op het voordek gekomen, hoorde hij opeens in zijne nabijheid praten. De stemmen schenen te komen uit eene groep passagiers, in shawls en dekens gewikkeld, die men onmogelijk in den donker kon bemerken.

Michael Strogoff wilde doorgaan, toen hij duidelijker zekere woorden hoorde, in eene taal die reeds zijn oor getroffen had, in den nacht op het jaarmarktplein.

Instinctmatig luisterde hij. Dank zij de duisternis op het voordek, kon hij niet opgemerkt worden; evenzeer was het hem onmogelijk de passagiers te zien die met elkander spraken. Hij moest zich dus tot luisteren bepalen. De eerste woorden, die gewisseld werden, waren van geenerlei belang — ten minste voor hem — maar zij deden hem de twee stemmen herkennen van de vrouw en van den man, die hij te Nijni-Novgorod gehoord had. Van dit oogenblik af luisterde hij met eene verdubbelde oplettendheid. Het was inderdaad niet onmogelijk dat die Zigeuners, van wier gesprek hij een gedeelte opgevangen had, zich met huns gelijken aan boord van de Kaukasus bevonden.

En het was goed voor hem dat hij luisterde, want hij hoorde duidelijk deze vraag en dit antwoord, in een Tartaarschen tongval uitgesproken:

,,Men zegt dat eenkoerier vanMoskou naar Irkoetsk vertrokken is!"

„Dat zegt men, Sangarra, maar die koerier zal of te laat aankomen, of hij zal niet aankomen!"

Michael Strogoff sidderde onwillekeurig op dit antwoord, dat hem

Sluiten