Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Welnu, heeren," antwoordde hij, „dat is dan afgesproken. Wij zullen tezamen de reis.voortzetten."

Vervolgens vroeg hij op den onverschilligsten toon:

„Weet gij met eenige zekerheid, tot hoever de Tartaren zijn doorgedrongen?

„Om de waarheid te zeggen, mijnheer, wij weten er niet meer van dan men te Perm vertelde," antwoordde Alcide Jolivet. „De Tartaren van Feofar-Khan hebben de geheele provincie Semipalatinsk overheerd, en sedert eenige dagen rukken zij met versnelden marsch langs de Irtisch voort. Gij moet u dus haasten, zoo gij vóór hen te Omsk wilt aankomen."

„Waarlijk?" zeide Michael Strogoff.

„Men voegde er ook nog bij, dat het kolonel Ogareff gelukt was vermomd de grenzen over te komen en dat hij zich weldra bij het Tartaarsche opperhoofd te midden van het opgestane land zou voegen." j

„Maar hoe zou men dat te weten zijn gekomen?" vroeg Michael Strogoff,' voor wien deze min of meer ware tijdingen van rechtstreeks belang waren.

„Wel, zooals men al die dingen te weten komt antwoordde Alcide Jolivet. „Dit zit in de lucht."

„En hebt gij gegronde reden om te gelooven dat kolonel Ogareff in Siberië is?"

Ik heb zelfs' hooren zeggen, dat hij den weg over Kazan naar Ekaterinenburg zou genomen hebben."

„Ha! gij wist dat, mijnheer Jolivet," zeide Harry Blount toen, wiens tong losraakte door de opmerking van den Franschen correspondent.

,,Ik wist het," antwoordde Alcide Jolivet.

„En wist gij, dat hij als Zigeuner vermomd zou zijn?" vroeg Harry Blount.

„Als zigeuner!" riep Michael Strogoff onwillekeurig uit, die zich de tegenwoordigheid van den ouden Zigeuner te Nijni-Novgorod, zijne reis aan boord van de Kaukasus en zijne ontscheping te Kazan herinnerde.

„Ik wist er genoeg van om er het onderwerp van een brief aan mijne nicht van te maken," antwoordde Aloide Jolivet glimlachende.

„Gij hebt uw tijd te Kazan wel besteed," merkte de Engelschman op een drogen toon aan.

„Zeker, waarde collega, en terwijl de Kaukasus zich van voorraad voorzag, deed ik zooals de Kaukasus!"

Michael Strogoff luisterde niet meer naar de woordenwisseling tusschen Harry Blount en Alcide Jolivet. Hij dacht aan dien troep Zigeuners, aan dien ouden Zigeuner, wiens gezicht hij niet had kunnen zien, aan de zonderlinge vrouw, die hem vergezelde, aan den zonderlingen blik, dien zij op hem geworpen had, en hij begon

Sluiten