Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XII.

Eene uitdaging.

Ekaterinenburg is eene stad van Azië, want zij is aan gene zijde van het Oeral-gebergte gelegen, op de laatste oostelijke hellingen van de bergketen. Niettemin is zij aan het gouvernement Perm onderhoorig, en, bijgevolg is zij begrepen in een der groote verdeelingen van Europeesch-Rusland.

Noch Michael Strogoff, noch de beide correspondenten behoefden verlegen te wezen om middelen van vervoer te vinden in zulk een aanzienlijke stad, sedert 1723 gesticht.

Te Ekaterinenburg bevindt zich de eerste Munt van het geheele Rijk; aldaar is het algemeene bestuur der mijnen gevestigd. Deze stad is dus een belangrijk middelpunt van nijverheid, in een land waar metaalgieterijen en andere exploitatiën, waar goud- en zilvererts gewasschen wordt, gevonden worden.

Op dit tijdstip was de bevolking van Ekaterinenburg zeer aangegroeid. Russen en Siberiërs, door den inval der Tartaren bedreigd, waren er naar toe gevloeid, na uit de provinciën gevlucht te zijn, die reeds door de horden van Feofar-Khan waren overheerd, en voornamelijk uit het land der Kirgiezen, dat zich ten zuidwesten van de Irtisch tot de grenzen van Turkestan uit strekt.

Waren dus de middelen van vervoer om Ekaterinenburg te bereiken, zeldzaam geweest, zij waren integendeel overvloedig om de stad te verlaten. In de tegenwoordige omstandigheden hadden de reizigers er weinig lust in om zich op Siberische wegen te wagen.

Uit dien samenloop van omstandigheden volgde nu dat Harrv Blount en Alcide Jolivet gemakkelijk gelegenheid vonden om de beruchte halve telega die hen, zoo goed en zoo kwaad mogelijk, naar Ekaterinenburg vervoerd had, door een geheele telega te vervangen. Wat Michael Strogoff betrof, de tarentass was zijn eigendom, en ze had niet erg geleden door de reis over het Oeralgebergte. Het zou voldoende zijn er drie goede paarden voor te spannen, om snel den weg naar Irkoetsk af te leggen.

Tot Tioemen, en zelfs tot Novo-Zaimskoe, is die weg vrij oneffen, maar, voorbij de wisselplaats van Novo-Zaimskoe begint de onmetelijke steppe, die zich uitstrekt tot dicht bij Krasnoiarsk, over eene uitgestrektheid van ongeveer zeventien honderd wersten (1.815 kilometer).

Men weet, dat de beide correspondenten voornemens waren zich naar Ichem te begeven. Daar moesten zij met de gebeurtenissen te rade gaan, vervolgens de overheerde streken doortrekken, hetzij te zamen, hetzij afzonderlijk, al naar gelang hun jagersinstinct hen op een of ander spoor zou brengen.

Sluiten