Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

koerier van den czaar, nog altijd met de armen over de borst gekruist, was gaan zitten. Hij was een standbeeld gelijk. Evenwel had eene roode kleur, niet die der schaamte, de bleekheid op zijn mannelijk gelaat vervangen.

Nadia twijfelde niet of allerkrachtigste redenen aileen hadden zulk een man eene dergelijke beleediging kunnen doen verkroppen.

Zij ging dus naar hem toe zooals hij in het politiehuis te NijniNovgorod naar haar was toegekomen, en zeide:

„Uwe hand, broeder!"

En tegelijkertijd wischte haar vinger, door eene bijna moederlijke beweging, een traan af, die uit het oog van haren makker opwelde.

XIII.

Plicht bovenal.

Nadia giste wel dat een geheime drijfveer al de handelingen van Michael Strogoff bestuurde; dat deze, om eene of andere haar onbekende reden, in zijne handelingen niet vrij was; dat hij geen recht had over zijn persoon te beschikken, en dat hij, onder deze omstandigheid zelfs den wrok over eene doodelijke beleediging heldhaftig aan zijn plicht had opgeofferd.

Nadia vroeg Michael Strogoff trouwens ook geene opheldering. De laatste sprak den geheelen avond geen woord. De postmeester kon hem, vóór den volgenden morgen, geen versche paarden bezorgen; hij moest derhalve een geheelen nacht op de wisselplaats vertoeven. Nadia maakte dus van dat oponthoud gebruik om eenige rust te genieten, hoewel zij liever bij haar metgezel had willen blijven; maar zij gevoelde dat hij behoefte had om alleen te zijn.

Michael Strogoff bleef op. Hij zou zelfs geen uur hebben kunnen slapen. Het was alsof hij een brandwonde gevoelde, op de plaats waar de zweep van den onbeschoften reiziger hem getroffen had.

„Voor het Vaderland en voor den Vader!" prevelde hij aan het slot van zijn avondgebed.

Evenwel gevoelde hij eene onwederstaanbare behoefte om te weten, wie de man was, die hem geslagen had, van waar hij kwam en waar hij heenging. Wat zijn gezicht betrof, de trekken er van waren zoo goed in zijn geheugen geprent, dat hij niet behoefde te vreezen ze ooit te vergeten.

Hij vroeg om den postmeester te spreken.

Deze, een Siberiër van den ouden stempel, kwam terstond, en den jongen man een weinig uit de hoogte aanziende, wachtte hij, totdat hij ondervraagd werd.

Sluiten