Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Met zulk eene stad en zulk een gijzelaar, moest geheel Siberië in handen der overweldigers vallen.

Xu weet men dat deze samenzwering den czaar bekend was, en dat, om haar te verijdelen, aan Michael Strogoff de belangrijke dépêche was toevertrouwd geworden. Deze zending had hij tot hiertoe getrouw nagekomen, doch zou hij ze nu wel geheel ten einde kunnen brengen? De lanssteek, dien hij gekregen had, was niet doodelijk. Al zwemmende had hij, zonder gezien te worden, den rechteroever bereikt, alwaar hij in het riet in zwijm gevallen was.

Toen hij tot zichzelf kwam, bevond hij zich in de hut van een moejiek die hem opgenomen en verzorgd had, en wien hij het alzoo te danken had dat hij nog leefde. Hoe lang hij bij dien braven Siberiër was, dat wist hij niet. Maar toen hij de oogen weder opende, zag hij bij zijn bed een goedig gelaat met een langen baard staan, dat hem met een medelijdenden blik aanzag. Hij wilde vragen waar hij zich bevond, toen <le moejiek, hem voorkwam, zeggende:

„Spreek niet, vadertje, spreek niet! Je zijt nog te zwak. Ik zal je zeggen waar je zijt en al hetgeen er gebeurd is, sedert dat ik je in deze hut gedragen heb."

En de moejiek vertelde Michael Strogoff de bijzonderheden van het gevecht waarvan hij getuige was geweest, den aanval der Tartaarsche vaartuigen, het plunderen van de tarentass, den moord der schippers.... Michael Strogoff luisterde niet meer naar hem, maar zijn hand in zijn borstzak stekende, voelde hij, dat hij nog altijd den keizerlijken brief bezat.

Dit stelde hem gerust, maar dat was nog niet genoeg.

„Een meisje vergezelde mij!" zeide hij.

„Zij hebben haar niet gedood," antwoordde de moejiek, de ongerustheid tegemoet komende, die hij in de oogen van zijn gast bemerkte. Zij hebben haar in hun vaartuig medegevoerd en zijn de Irtisch afgezakt! Het is een gevangene te meer, die men naar Tomsk voert.

Michael Strogoff kon geen woord spreken, zoozeer klopte zijn hart. Doch, ondanks zooveel beproevingen, belieerschte het plichtgevoel toch zijne geheele ziel.

„Waar ben ik hier?" vroeg hij.

„Op den rechteroever van den Irtisch, en slechts vijf wersten van Omsk verwijderd,' antwoordde de moejiek.

„Welke wond is mij dan toegebracht, dietnij zoo plotseling heeft terneergeveld? Het is toch geen schotwond?

„Neen, een lanssteek aan het hoofd, die nu geheeld is," antwoordde de moejiek. „Xa eenige dagen rust zult ge je reis kunnen vervolgen. Ge zijt in den stroom gevallen, maar de Tartarenhebben je noch aangeraakt noch onderzocht, en je beurs is nog altijd in je zak.''

„Michael Strogoff stak den moejiek de hand toe; zich daarna plotseling met moeite oprichtende, vroeg hij:

Sluiten