Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ivan Ogareff was nog geen drie dagen geleden te Omsk aangekomen, en, zonder de noodlottige ontmoeting te Ichem, zonder het ongeval dat hem drie dagen aan de boorden van de Irtisch had opgehouden, zou Michael Strogoff hem zeker op den weg naar Irkoetsk vooruit zijn geweest! En wie weet hoeveel onheil er in de toekomst door vermeden zou zijn geworden!

De moeijiek en hij vervolgden nu hun weg door de stad, en kwamen eindelijk aan het posthuis aan. Omsk door een der bressen in de wallen verlaten zou niet moeielijk vallen, vooral wanneer het eenmaal donker was. Wat het bekomen van een rijtuig betrof, dat was onmogelijk. Er was er geen te koop, noch te huur. Maar wat behoefde Michael Strogoff nu ook een rijtuig. Helaas! Hij reisde nu toch maar alleen. Een paard moest hem voldoende zijn en dit paard kon hij gelukkig krijgen. Het was een stevig paard, waarvan Michael Strogoff, een ferm ruiter zijnde, goed partij kon trekken.

Het paard werd tegen een hoogen prijs gekocht en, eenige minuten later, was hij gereed om te vertrekken.

Het was toen vier uur in den namiddag. Hij bleef in het wisselstation tot dat het donker was geworden.

In de wachtkamer bevond zich eene groote menigte, die, om nieuwstijdingen te vernemen, aldaar was samengevloeid.

Michael Strogoff luisterde aandachtig naar hetgeen men vertelde, maar hij mengde zich niet in het gesprek.

Terwijl hij bezig was om iets te gebruiken, hoort hij opeens een gil, die hem doet sidderen, en tegelijk de woorden:

„Mijn zoon!"

Zijne moeder, de oude Marfa stond voor hem! 1 ij glimlachte al bevende; zij strekte de armen naar hem uit. .. . Michael Strogoff stond op, en was op het punt in hare armen te vliegen.

De gedachte aan zijn plicht, het ernstige gevaar dat uit deze ontmoeting voor zijne moeder en voor hem kon ontstaan, weeihielden hem plotseling, en zoo groot was zijne zelfbeheersching, dat niet een zijner gelaatsspieren zich vertrok. Een vijftigtal menschen waren er in de wachtkamer, waaronder misschien spionnen, en wist men niet in de geheele stad dat de zoon van Marfa tot de koeriers van den keizer behoorde.

Michael Strogoff bleef onbeweeglijk.

,,Michael!" riep zijne moeder uit.

„Wie zijt ge, goede vrouw?" vroeg Michael Strogoff, hoewel hij deze woorden veeleer stamelde, dan uitsprak.

„Wie ik ben? vraagt gij dat? Mijn kind kent ge uwe moeder dan

niet meer?"

„Gij vergist u!" antwoordde Michael Strogoff koel weg. „hene gelijkenis misleidt u...."

De oude Marfa keek hem strak in de oogen:

„Zijt gij niet de zoon van Peter en Marfa Strogoff?" zeide zij.

Sluiten