Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Te Moskou."

„Hebt ge geen tijding van hem?"

„Geene."

„Sedert hoelang?"

„Sedert twee maanden."

„Wie was die jonge man die ge, eenige oogenblikken geleden, aan het posthuis je zoon noemdet?"

„Een jonge Siberiër, dien ik voor hem aangezien heb," antwoordde Marfa Strógpff. „Het is wel de tiende in wieh ik mijn zoon heb meenen te herkennen, sedert de stad vol vreemdelingen is! Ik meen hem overal te zien!"

„Die jonge man was dus Michael Strogoff niet?"

„Neen."

„Weet ge wel, dat ik je kan laten pijnigen, totdat ge de waarheid bekend hebt?"

„Ik heb de waarheid gezegd, en de foltering zal niets aan mijne woorden veranderen."

„Die Siberiër was Michael Strogoff dan niet?" vroeg Ivan Ogareff andermaal.

„Neen! Hij was het niet," antwoordde Marfa Strogoff. „Geloof mij, dat ik voor niets ter wereld mijn zoon zou verloochenen."

Ivan Ogareff bleef twijfelen. Indien die 'zoon, zeide hij tot zichzelf, in het eerst zijne moeder verloochend heeft, en de moeder op hare beurt haar zoon, dan kan dit niets anders zijn dan om eene zeer ernstige reden.

Hij twijfelde er dus niet meer aan of de gewaande Nikolaas Korpanoff was Michael Strogoff, de koerier van den czaar, zich onder een valschen naam verbergende, en belast met eene zending, die voor hem van het uiterste belang was om te weten. Hij gaf dus ook oogenblikkelijk bevel hem na te zetten. Daarna zeide hij, zich naar Marfa wendende:

„Dat deze vrouw naar Tomsk vervoerd worde."

En terwijl, de soldaten haar onbeschoft medesleepten, mompelde hij binnen 's monds:

Als het oogenblik daar is, zal ik die oude tooverheks wel doen praten.

XV.

De moerassen van de Baraba.

Gelukkig dat Michael Strogoff zoo plotseling de wisselplaats verlaten had, want Ivan Ogareff had zijn signalement naar alle uitgangen der stad gezonden, om hem te kunnen doen aanhouden; maar, daar hij niet oogenblikkelijk achtervolgd was, was het

Sluiten