Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hetgeen Michael Strogoff inderdaad bovenal vreesde, was de tegenwoordigheid van Ogareff in het Tartaarsche kamp. Buiten het gevaar van herkend te worden, gevoelde hij instinctmatig dat het van belang was dien verrader vooruit te komen. Hij begreep ook dat, wanneer de troepen van Ivan Ogareff zich met die van Feofar vereenigd hadden, dit leger, nu voltallig, zoo snel mogelijk tegen de hoofdstad van oostelijk Siberië zou oprukken. Dit vooral vreesde hij en elk oogenbhk luisterde hij of niet een trompetgeschal de aankomst van Ivan Ogareff aankondigde.

Bij die vrees voegde zich de gedachte aan zijne moeder en aan Nadia. Zou hij haar wel ooit wederzien? Op deze vraag die hij niet durfde oplossen, werd het hem vreeselijk benauwd om het hart.

ilet Michael Strogoff en zooveel andere gevangenen, waren ook Harry Blount en Alcide Joh vet naar het Tartaarsche kamp gevoerd. Michael Strogoff zocht hen niet op; het kon hem weinig schelen wat zij van hem dachten sedert het gebeurde aan de wisselplaats te Ichem. Hij wilde liever alleen blijven om alleen te handelen, wanneer het er op aan kwam.

Alcide Jolivet had, sedert zijn collega aan zijne zijde was gevallen, dezen voortdurend verzorgd en hem ondersteund op den tocht van Kolivan naar het kamp. In het kamp aangekomen, was het zijne eerste zorg geweest de wond van Harry Blount te onderzoeken.

„Het beteekent niets," zeide hij tot hem, „het is slechts een schram! Ka twee- of driemaal verbonden te zijn, zal er niets meer van zichtbaar zijn!"

„Maar dat verband? " vroeg Harry Blount.

„Dat zal ik wel leggen!"

„Gij zijt dus een halve heelmeester?"

„Dat zijn alle Franschen zoo wat half en half!"

En op deze verzekering scheurde Alcide Jolivet zijn zakdoek in twee stukken, maakte van het eene pluksel, van het andere eene prop, waschte de wond, die gelukkig niet ernstig was, uit en legde het vochtige linnen zeer behendig op den schouder van Harry Blount - „Ik genees u met water," zeide hij, „want het is het heilzaamste pijnstillende middel, dat voor het genezen van wonden bekend is. De geneesheeren hebben zes duizend jaar er aan besteed om dit te ontdekken! Ja, zes duizend jaar!"

„Ik dank u, mijnheer Jolivet," antwoordde Harry Blount, die zich op een bed van dorre bladeren nedervleide, dat zijn metgezel in de schaduw van een berkeboom voor hem gereed had gemaakt.

„Blijf nu maar stil liggen en praat niet meer, want gij hebt volstrekt rust noodig," zeide Alcide Jolivet.

Maar Harry Blount had geen lust om te zwijgen.

„Mijnheer Jolivet," vroeg hij, „denkt gij dat onze dépêches over de Russische grenzen hebben kunnen komen!

„En waarom niet," antwoordde Alcide Jolivet. „Op het oogen-

Sluiten