Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

blik weet mijn goede nicht alles aangaande het gevecht bij Kolivan".

„En hoeveel exemplaren van de dépêche laat uw nicht wel drukken?" vroeg Harry Blount, die voor den eersten keer de vraag zoo rechtstreeks deed.

„Wel ja!" antwoordde Alcide Jolivet lachende. „Mijne nicht is iemand, die zeer bescheiden is, die er niet van houdt dat men over haar spreekt, en wie het zeer zou spijten als zij den slaap verstoorde, dien gij zoo noodig hebt."

„Ik wil niet slapen," antwoordde de Engelschman. — „Wat zou uwe nicht van de zaken in Rusland denken?"

„Dat zij op het oogenblik zeer slecht schijnen te staan. Maar dat beteekent niets! De Russische regeering is machtig, zij zal zich niet ongerust maken over een inval van barbaren en Siberië zal haar niet ontvallen."

„Al te veel eerzucht heeft de grootste rijken doen ten óndergaan!" antwoordde Harry Blount, die niet vrij was van een zekere engelsche jaloerschheid, ten opzichte der russische aanmatigingen in Middel-Azië.

„Ach!" laten we niet over politiek praten!" riep Alcide Jolivet uit. „Dat is door de faculteit verboden. Niets is slechter voor schouderwonden!. ... tenzij dit ware — om u te doen inslapen."

„Laat ons dan spreken over hetgeen ons verder te doen staat," zeide Harry Blount. „Mijnheer Jolivet, ik ben niet van plan om voortdurend bij deze Tartaren gevangen te blijven."

„Ik voor den drommel ook niet!"

„Zullen wij bij de eerste gelegenheid trachten te ontsnappen?"

„Ja, als er geen ander middel is om onze vrijheid te herkrijgen."

„Weet ge een ander?" vroeg Harry Blount, zijn makker aanziende.

„Zeker! Wij behooren niet tot de oorlogvoerende partijen, wij zijn onzijdig, en wij zullen er tegen opkomen!"

„Bij dien onbeschaafden Feofar-Khan?"

„Neen, hij zou ons niet verstaan," antwoordde Alcide Jolivet, „maar bij Ivan Ogareff."

„Dat is een schurk!"

„Zonder twijfel, maar die schurk is een Rus. Hij weet dat men met het volkenrecht niet moet gekscheren, en hij heeft er geen belang bij om ons gevangen te houden, integendeel!"

„Maar dat heer iets te vragen, bevalt mij niet erg!"

„Maar dat heer is niet in het kamp, ten minste ik heb hem er niet gezien," merkte Harry Blount op.

„Hij zal er komen. Dat is zeker. Hij moet zich bij den emir voegen, die alleen op hem wacht om naar Irkoetsk op te trekken."

„En eenmaal vrij, wat zullen wij dan doen?"

„Eenmaal vrij, dan zullen wij de Tartaren volgen tot dat de gebeurtenissen ons zullen vergunnen om naar het Russische kamp over te loopen. Drommels! wij moeten den moed niet laten zakken!

Sluiten