Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorposten te begeven, hoorde men op eenigen afstand een zeker rumoer in dat gedeelte van het kamp, waar de gevangenen zich bevonden. Men hoorde geschreeuw en twee a drie geweerschoten. Was het eene poging tot opstand of tot ontvluchting, die men zocht te beteugelen?

Ivan Ogareff en de hoesch-bégui snelden toe en op eens zagen zij twee mannen voor zich, die eenige soldaten niet konden bedwingen.

De hoesch-bégui gaf, zonder dralen een wenk en beiden zouden neergeveld zijn, had Ivan Ogareff niet door een paar woorden den sabel afgewend die hen reeds bedreigde.

De Rus had opgemerkt, dat deze gevangenen vreemdelingen waren, en hij beval dat men ze voor hem zou brengen. Het waren Harry Blount en Alcide Jolivet. Zoodra Ivan Ogareff in het kamp aangekomen was, hadden zij gevraagd om voor hem gebracht te worden, doch de soldaten hadden zulks geweigerd, en vandaar die worsteling.

Ivan Ogareff keek deze reizigers, die hem geheel onbekend waren, eenige oogenblikken aan. Toch waren zij tegenwoordig geweest op de wisselplaats te Ichem, waar Michael Strogoff den slag van Ivan Ogareff ontvangen had; maar de onbeschofte reiziger had geen acht geslagen op de lieden die zich toen in de wachtkamer bevonden.

Harry Blount en Alcide Jolivet herkenden hem, integendeel, wel, en de laatste zeide fluisterend:

„Als ik mij niet vergis, dan meen ik in kolonel Ogareff den onbeschoften persoon te herkennen, dien wij op de wisselplaats te Ichim ontmoet hebben!"

„Legt gij hem onze zaak bloot, Blount. Gij zult mij een dienst bewijzen. Een russisch kolonel in een Tartaarsch kamp te zien, walgt mij, en hoewel ik het hem te danken heb dat mijn hoofd nog op mijne schouders zit, kan ik hem toch niet zonder de grootste verachting aanzien."

En dit gezegd hebbende, veinsde hij de volkomenste en meest hooghartige onverschilligheid.

Begreep Ivan Ogareff wat de houding van den gevangene beleedigends voor hem had? In elk geval liet hij liet niet blijken.

„Wie zijt gij, heeren?" vroeg hij in het russisch op een koelen toon, maar zonder zijne gewone ruwheid.

„Twee correspondenten van engelsche en fransche dagbladen," antwoordde Harry Blount droogweg.

„Gij hebt zonder twijfel papieren die uwe identiteit kunnen bewijzen?"

„Ziehier onze geloofsbrieven bij de engelsche en fransche kanselarijen in Rusland."

Ivan Ogareff las de brieven die Harry Blount hem overhandigde, en hij las ze met aandacht. Daarna zeide hij:

„Gij vraagt vergunning om onze militaire bewegingen in Siberië te volgen?"

Sluiten