Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

genheid voordoe om te vluchten. Laat ik nog maar drie dagen geduld hebben, en moge God mij dan te hulp komen!"

Inderdaad was het een tocht van drie dagen, dien de gevangenen onder bewaking van eéne sterke afdeeling Tartaren door de steppe moesten afleggen, een tocht gemakkelijk voor de soldaten van den emir, aan wie niets ontbrak, doch bezwaarlijk voor de gevangenen die door ontbering geheel verzwakt waren.

Te twee uur in den namiddag Van 12 Augustus, bij eene zeer groote hitte en onder een onbewolkten hemel, gaf de toptschibaschi bevel om het op te breken.

Alcide Jolivet en Harry Blount, hadden zich, na paarden gekocht te hebben, op weg naar Tomsk begeven, alwaar de loop der gebeurtenissen de voornaamste personen van dit verhaal zou te zamen brengen.

Onder de gevangenen die IvanOgareff naar hetTartaarsche kamp had medegevoerd, bevond zich eene oude vrouw, wier stilzwijgen haar als het ware geheel van hare medegevangenen afzonderde.

Geene klacht kwam over hare lippen. Men zou gezegd hebben dat zij een standbeeld was, de smart voorstellende. Deze vrouw, bijna voortdurend onbeweeglijk en strenger dan de anderen bewaakt, werd zonder dat zij zulks vermoedde of er zich om bekreunde, aanhoudend door de zigeunerin Sangarre bespied. Ondanks haar hoogen ouderdom had zij evenals de andere gevangenen den weg te voet moeten afleggen, zonder.dat hare" ellende eenigszins verzacht was geworden.

Evenwel had de voorzienigheid een moedig en liefderijk wezen aan hare zijde geplaatst, die haar begreep en bijstond. Onder hare gezellinnen in het ongeluk, scheen een jeugdig meisje, merkwaardig door hare schoonheid en door eene lijdzaamheid die in niets onderdeed voor die der Siberische vrouw, zich tot taak gesteld te hebben over haar te waken. Geen woord was tusschen de beide gevangenen gewisseld geworden, maar het meisje bevond zich steeds bij de oude vrouw als haar hulp haar van nut kon zijn. Deze had evenwel niet terstond, noch zonder wantrouwen de stille zorgen van deze onbekende aangenomen, doch het open gelaat van het jonge meisje, hare ingetogenheid en de geheimzinnige toegenegenheid, die eene gemeenschappelijke smart doet ontstaan tusschen menschen die hetzelfde ongelukkig lot deelen, hadden over de trotsche koelheid van Marfa Strogoff gezegevierd. Nadia, — want zij was het — had aldus, zonder haar te kennen, aan de moeder de zorgen gewijd, die haar zoon aan haar betoond had. Te midden van deze ongelukkigen, door het lijden verbitterd, boezemden deze twee vrouwen, waarvan de eene de grootmoeder, de andere de kleindochter scheen te zijn, aan allen eene soort van eerbied in.

Nadat Nadia door de verkenners aan de Irtisch was weggevoerd naar Omsk, deelde zij daar het lot van al de gevangenen en bijgevolg

Sluiten