Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat van Marfa Strogoff. Indien zij minder zielskracht liad gehad, zou zij zeker bezweken zijn onder den dubbelen slag die haar trof. De staking harer reis, de dood van Michael Strogoff hadden haar wanhopig gemaakt en haar tot morren gebracht. Voor altijd misschien van haar vader verwijderd, na zoovele gelukte pogingen, die haar nader bij hem gebracht hadden, en tot overmaat van smart, van haar onverschrokken reisgenoot gescheiden, dien God haar op haar weg had doen ontmoeten om haar doel te bereiken, had zij alles te gelijk en op eens verloren. Het beeld van Michael Strogoff dien zij door een lanssteek had zien treffen en in de wateren der Irtisch verdwijnen, stond haar voortdurend voor den geest.

,,Wie zal dien doode wreken, die zichzelf niet meer wreken kan?" zeide zij tot zichzelf.

En zich tot God wendende, riep het jonge meisje in haar binnenste uit:

„Heer, laat ik dat zijn!"

Men begrijpt wel dat Nadia, in deze gedachten verzonken, geheel ongevoelig was gebleven voor al de ellende harer gevangenschap.

Het toeval had haar toen, zonder dat zij dit het minst vermoedde, met Marfa Strogoff vereenigd. Hoe had zij kunnen denken, dat die oude vrouw, evenals zij gevangen, de moeder was van haar reismakker, die voor haar niemand anders was geweest dan de koopman Nikolaas Korpanoff? En hoe had Marfa van haar kant kunnen raden dat een band van dankbaarheid die jonge onbekende aan haar zoon verbond?

Het meisje deelde met haar het weinige voedsel dat zij ging halen op het uur dat de levensmiddelen werden uitgedeeld; haar arm strekte haar tot steun op haar moeielijken tocht en het was ter wille van het jonge meisje, dat Marfa de soldaten van het konvooi mocht volgen, zonder als andere ongelukkigen, aan den knop van een zadel te worden medegesleurd.

„Dat God u beloone, mijn kind, voor al hetgeen gij voor .mij doet zeide Marfa Strogoff, en dit waren gedurende eenigen tijd. de eenige woorden die zij uitte.

Gedurende de dagen dat zij op weg waren, dagen die haar eeuwen toeschenen, zou men gedacht hebben dat de oude vrouw en liet meisje over haar beider toestand met elkander hadden moeten spreken. Doch Marfa Strogoff had door eene omzichtigheid, die licht te begrijpen is, alleen over zich zelve, en nog maar zeer kort, gesproken. Zij had noch op haar zoon, noch op hare ontmoeting met hem, gezinspeeld.

Ook Nadia sprak weinig. Op zekeren dag echter, gevoelende dat zij met eene eenvoudige doch verhevene ziel te doen had, had haar hart zich lucht gegeven en had zij, zonder iets te verbergen, al de gebeurtenissen verteld die er sedert haar vertrek van Wladimir tot den dood van Nikolaas Korpanoff hadden plaats gehad. Hetgeen

Sluiten