Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijken tocht naar Irkoetsk. Het meisje weerstond de vermoeienis vol geestkracht. Had Michael Strogoff haar kunnen zien, wellicht had hem de moed ontbroken om verder te gaan. Maar Nadia klaagde niet en Michael Strogoff, geene zucht vernemende, liep met eene haast, die hij niet kon bedwingen. En waarom? Mocht hij dan hopen de Tartaren nog vóór te blijven? Hij was te voet, zonder geld, blind, en indien Nadia, zijne eenige gids, hem kwam te ontbreken, bleef hem niets anders over dan zich aan den weg neder te leggen en er ellendig om te komen! Maar, zoo hij door eene krachtige inspanning Krasnoïarsk kon bereiken, zou alles nog niet verloren zijn, omdat de gouverneur, aan wien hij zich bekend zou maken, niet zou aarzelen hem de middelen te verschaffen om Irkoetsk te bereiken? Michael Strogoff vervolgde alzoo zijn weg, weinig pratende en geheel in gedachten verzonken. Nadia leidde hem bij de hand; van tijd tot tijd zeide Michael Strogoff tot Nadia:

„Spreek wat, Nadia."

, „Waarom, Michael? Wij denken te zamen," antwoordde het meisje dan, maar op een toon die geen vermoeienis verried.

Maar soms gebeurde het, dat haar hart niet meer scheen te kloppen en dat hare knieën knikten, zoodat zij achter bleef. Michael Strogoff hield dan stil, zocht door den donkeren sluier, die zijngezicht overschaduwde, het meisje gade slaan en na eene zucht geslaakt te hebben, hield hij haar steviger vast en schreed hij weder voorwaarts.

Intusschen zou zich dien dag een gelukkig voorval opdoen, dat hun veel vermoeienis zou besparen.

Zij hadden Semilowskoë sedert ongeveer twee uur verlaten, toen Michael Strogoff stil stond en vroeg:

„Is de weg verlaten?"

„Geheel verlaten," antwoordde Nadia.

„Hoort ge achter ons eenig geraas?"

„Ja, toch."

„ Indienhet T artaren zij n, moeten wij ons verbergen; kij k dus goed."

„Wacht even, Michael!" antwoordde Nadia, terwijl zij den weg opstapte, die éenige passen verder, eene buiging rechts maakte.

Michael Strogoff bleef een oogenblik alleen en luisterde.

Nadia kwam oogenblikkelijk terug en zeide:

„Het is eene kar door een jongen man gevoerd."

„Is hij alleen?"

„Alleen."

Michael Strogoff aarzelde een oogenblik. Zou hij zich verschuilen? Zou hij trachten, zoo niet voor zich zeiven, dan toch voor Nadia een plaatsje in de kar te verkrijgen? Hij zou ,des noods, naast de kar kunnen loopen, maar Nadia, sedert den overtocht der Obi — dus reeds acht dagen — te voet medegesleept, \yas geheel uitgeput.

Hij wachtte.

Sluiten