Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gewoonlijk is de kibitka met drie paarden bespannen, maar deze werd getrokken door slechts één paard, ruigharig, met een langen staart en welks mongoolsch bloed kracht en moed aanduidde.

Zij werd door een jongen man gevoerd, die een hond naast zich had.

Nadia zag dat het jonge mensch een Rus was. Hij had een zacht, kalm gelaat, dat vertrouwen inboezemde. Gehaast scheen hij vol. strekt niet. Hij reed zeer langzaam om zijn paard niet af te matten en men zou hem ziende, niet''gezegd hebben, dat hij een weg volgde, die elk oogenblik door de Tartaren kon worden afgesneden.

Nadia had zich, Michael Strogoff vasthoudende, ter zijde van den weg geplaatst.

De kibitka hield stil en de voerman zag het meisj e glimlachend aan.

„En waar gaat gijlieden zoo naar toe?" vroeg hij haar, terwijl hij een paar goedaardige, geheel ronde oogen opzette.

Op het geluid dier stem zeide Michael Strogoff tot zich zelf dat hij haar meer gehoord had. En hij was er, ten aanzien van den voerman, zoo door gerust gesteld, dat zijn voorhoofd dadelijk ophelderde.

„Welnu, waar gaat ge naar toe?" herhaalde de jonge man, zich nu meer rechtstreeks tot Michael Strogoff wendende.

„Naar Irkoetsk," antwoordde deze.

„Wel! vadertje, weet ge dan niet dat er nog wat wersten tusschen hier en Irkoetsk liggen?"

„Dat weet ik."

„En gij gaat te voet?"

„Te voet."

„Gij, dat gaat! maar de juffer?...."

„Het is mijne zuster," zeide Michael Strogoff, die het voorzichtig achtte dezen naam weder aan Nadia te geven.

„Zoo, uwe zuster, vadertje! Maar geloof mij dat zij Irkoetsk nimmer zal kunnen bereiken!"

„Vriend," antwoordde Michael Strogoff naderbij komende, „de Tartaren hebben ons van alles beroofd en ik kan u geen kopek meer aanbieden; maar wilt gij mijne zuster opnemen, dan kan ik uw voertuig wel te voet volgen en zal ik geen uur vertraging teweegbrengen."

„Broeder," riep Nadia uit, „dat wil ik niet, neen, dat wil ik niet! Mijnheer, mijn broeder is blind!"

„Blind!" antwoordde de jonge man, met eene bewogene stem.

„De Tartaren hebben hem de oogen uitgebrand!" hernam Nadia, terwijl zij, als om mededoogen in te roepen, hare handen uitstrekte.

„De oogen uitgebrand? Ach! arm vadertje! Ik ga naar Krasnoiarsk. Waarom zoudt gij met uwe zuster niet in de kibitka stappen. Met wat inschikkelijkheid vinden wij er met ons drieën plaats in. Mijn hond zal er niet tegen hebben om te loopen. Maar ik rijd niet vlug, om mijn paard te sparen."

„Vriend, hoe heet gij?" vroeg Michael Strogoff.

Sluiten