Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ja,"

„Weet ge, dat het niet goed is om zijn land te verraden?"

,,Neen.... dat is niet goed...." antwoordde Michael Strogoff, die onverschillig wilde blijven.

„Vadertje," hernam Nikolaas, ,,ik vind dat uwe verontwaardiging niet sterk genoeg is, als er, in uwe tegenwoordigheid, over Ivan Ogareff gesproken wordt. Ieder Russisch hart moet opspringen, als die naam wordt uitgesproken."

„Geloof mij, vriend," zeide Michael Strogoff, „ik haat hem meer, dan gij hem ooit zult kunnen haten."

„Dat is niet mogelijk," antwoordde Nikolaas, „neen, dat is niet mogelijk! Wanneer ik aan Ivan Ogareff denk, en aan het kwaad dat hij over ons heilig Rusland brengt, dan word ik door toorn bevangen, en zoo ik hem beet had...."

„Nu, zoo ge hem beet hadt, vriend?....

„Dan zou ik hem, geloof ik, dooden."

„En ik, ik zou het zeker doen," antwoordde Michael Strogoff bedaard.'

XXIV.

De ^overtocht der Jeniseï.

Tegen den avond van 25 Augustus kreeg de kibitka Krasnoïarsk in het gezicht. De reis van Tomsk was in acht dagen afgelegd. Had Nikolaas meer geslapen, de tocht zou in korteren tijd volbracht zijn.

Gelukkig was er nog geen sprake van de Tartaren. Geen verkenner had zich nog vertoond op den weg door de kibitka genomen. Voor het vertraagde oprukken naar Irkoetsk moest zeker eene gewichtige reden bestaan.

Inderdaad bestond er zulk eene reden. Een nieuw Russisch korps in allerijl in het gouvernement Jeniseïsk verzameld, was naar Tomsk gemarcheerd om het te hernemen. Maar te zwak, had het voor de troepen van den emir moeten terugtrekken. Met inbegrip zijner eigene soldaten en die van de khanaten Khokhand en Koendoes, telde Feofar-Khan nu twee honderd vijftig duizend man onder zijne bevelen.

De slag van Tomsk was op 22 Augustus geleverd — hetgeen aan Michael Strogoff niet bekend was — maar dat eene verklaring gaf voor het niet verschijnen der voorhoede van den emir te Krasnoïarsk op den 25en dier maand.

Maar dit wist Michael Strogoff: dat hij de Tartaren verscheidene dagen vóór was en dat hij er alzoo niet aan behoefde te wanhopen om vóór hen Irkoetsk te bereiken, dat nog acht honderd vijftig wersten (900 kilometer) verwijderd was.

Sluiten