Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ander rijtuig moeten vervangen. Michael Strogoff twijfelde er niet aan of hij zou, na aan den gouverneur zijne identiteit beWezen te hebben, in staat worden gesteld om zijne reis naar Irkoetsk spoedig te kunnen vervolgen.

Zoo Nikolaas echter te Krasnoïarsk bleef, zou hij dit alleen doen als hij er eene betrekking had gevonden.

Inderdaad stond dit voorbeeld van een beambte er op, om, na tot de laatste minuut op zijn post te Kolivan te zijn gebleven, zich weder ter beschikking van de administratie te stellen.

„Waarom zou ik loon trekken, zonder het verdiend te hebben?" herhaalde hij steeds.

Zoo hij dus daar of te Oedinsk geen dienst kon bewijzen, zou hij tot naar de hoofdstad van Siberië trekken en dan met broeder en zuster medereizen, die moeielijk een beteren gids konden vinden.

De kibitka was Krasnoïarsk tot op een halve werst genaderd. Men zag links en rechts de tallooze houten kruizen, die, bij den toegang eener stad, langs den weg staan. Het was 's avonds zeven uur. Tegen den helderen hemel teekenden zich de omtrekken der kerken en de gevels der huizen af, die op het hooge voorgebergte van de J eniseï gebouwd waren. De wateren van den stroom weerkaatsten de laatste lichtstralen, die in den dampkring verspreid waren.

De kibitka stond stil. •

,.\Vaar zijn wij, zuster?" vroeg Michael Strogoff.

„Hoogstens op eene halve werst van de eerste huizen," antwoordde Nadia.

„Slaapt die stad dan?" hernam Michael Strogoff. „Er komt niet het minste leven tot mijn gehoor."

„En ik zie geen enkel licht in het duister schitteren, noch een rookwolkje in de lucht opstijgen," voegde Nadia er bij.

„Wat een zonderlinge stad," zeide Nikolaas. „Men maakt er geen geraas, en gaat vroeg naar bed."

Michael Strogoff vond het een slecht voorteeken en vreesde dat zijne hoop om te Krasnoïarsk het noodige te vinden om Irkoetsk spoedig te bereiken, ijdel zou zijn. Nadia had zijne gedachte geraden, hoewel zij niet vatte waarom hij, zonder den keizerlijken brief, toch Irkoetsk zoo spoedig wilde bereiken. Zij had hem vroeger daar al eens over onderhouden, maar hij bepaalde zich toen tot dit antwoord:

„Ik heb gezworen naar Irkoetsk te gaan."

Maar om zijne zending te vervullen, was het een vereischte dat hij te Krasnoïarsk een snel middel van vervoer vond.

„Wel vriend," zeide hij tot Nikolaas, „waarom gaan we niet vooruit?"

„Omdat ik bang ben de bewoners dezer stad door liet geraas mijner kar wakker te maken!"

Sluiten