Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

grootte, waardoor het water met snelheid afstroomde. Tusschen deze armen lagen onderscheidene eilanden met elzen, wilgen en populieren begroeid, die even zoovele groenachtige vaartuigen schenen, in den stroom voor anker liggende.

Maar een werkelijk vaartuig was er niet te ontdekken, noch op den linker- noch op den rechteroever, noch op den oever der eilanden. Allen waren op hoog bevel medegenomen of vernield. Zeker was het, dat, zoo de Tartaren uit het zuiden niet het materiëel voor eene schipbrug lieten komen, hun marsch naar Irkoetsk gedurende zekeren tijd door den hinderpaal, dien de Jeniseï opleverde, zou worden tegengehouden.

,,Ik herinner mij iets," zeide Michael Strogoff. „Hoogerop, bij de laatste huizen van Krasnoïarsk, is eene kleine inschepingshaven. Daar landen de ponten. Vriend, laten wij stroomopwaarts gaan en zien of er geene boot op den oever vergeten is."

Nikolaas snelde in de aangewezen richting voort. Nadia had Michael Strogoff bij de hand genomen en leidde hem, snel voortstappende. Eene boot, eene eenvoudige sloep groot genoeg om de kabitka te dragen of, bij gebreke van haar, hen die ze tot hier gebracht had, en Michael Strogoff zou niet schromen om den overtocht te beproeven!

Twintig minuten later hadden alle drie het haventje van inscheping bereikt, welks laatste huizen den waterspiegel raakten.

Maar er lag geen enkel vaartuig op den oever; geen bootje aan den steiger die tot inschepingsplaats diende, zelfs niet om een vlot samen te stellen, dat drie personen kon dragen.

Michael Strogoff had Nikolaas ondervraagd en deze had hem het ontmoedigende antwoord gegeven, dat de overtocht van den stroom hem ten eenenmale ondoenlijk toescheen.

„Wij zullen er overgaan," antwoordde Michael Strogoff.

In de verlaten woningen van Krasnoïarks zoekende, maar niets_ vindende wat hun van nut kon zijn, hoorden Nikolaas en het jonge meisje zich eensklaps aanroepen.

Beiden liepen naar den oever terug, waar zij Michael Strogoff op den drempel eener woning vonden staan.

„Komt!" riep hij hun toe.

Nikolaas en Nadia volgden hem in de hut.

„Wat is dat?" vroeg Michael Strogoff, onderscheidene voorwerpen, die achter in een spijskelder opgehoopt waren, met de hand aanrakende.

„Een half dozijn lederen zakken," antwoordde Nikolaas.

„Zijn ze vol?"

„Ja, vol koemijss."

De ,,k o e m ij s s" is een drank vervaardigd uit melk van eene merrie of van een wijfjes-kameel; een versterkende, bedwelmende drank en Nikolaas was met die vondst zeer in zijn schik.

Sluiten