Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Laten wij voorzichtig vooruit gaan," zeide Michael Strogoff, „maar laat ons vooruit gaan!"

Er werd nog eene werst afgelegd.

„Het zijn geene wolken, het is rook!" riep Xadia uit. „Broeder, men steekt de stad in brand!"

Inderdaad, was het maar al te blijkbaar. Zwartachtige schijnsels vertoonden zich te midden der dampen. De dwarrelende wolken werden steeds dikker en stegen hemelwaarts. Overigens, nergens een vluchteling. Het was waarschijnlijk dat de brandstichters de stad verlaten hadden gevonden en dat ze haar nu verbrandden. Maar waren het Tartaren die dus te werk gingen? Of Russen die aan de bevelen van den grootvorst gehoorzaamden? Had het gouvernement van den czaar gewild dat van af Kronoïarsk en van af de Jeniseï, geene stad, geen vlek eene schuilplaats aan de'soldaten van den emir zouden kunnen aanbieden? Wat Michael Strogoff aangaat, moest hij zijne reis staken of haar vervolgen?

Hij was besluiteloos. Maar na het voor en tegen gewogen te hebben, meende hij dat, welke vermoeienissen de steppen ook opleverden, hij zich niet moest blootstellen eene tweede maal in handen der Tartaren te vallen. Hij wilde dus aan Xikolaas voorstellen den weg te verlaten en hem, zoo noodig, niet te hernemen alvorens Xijni-Oedinsk omgereden te zijn, toen er, ter rechterzijde, een schot viel. Het gefluit van een kogel werd gehoord en het paard der kibitka viel, in den kop getroffen, dood nedér.

Op hetzelfde oogenblik wierp zich een dozijn ruiters op den weg en omsingelden het rijtuig. Zonder dat Michael Strogoff, Xadia en Xikolaas zich van het gebeurde eenige rekenschap konden geven, waren zij gevangen genomen en werden zij snel naar Xijni-Oedinsk medegesleept.

Michael Strogoff had, gedurende dezen plotselingen aanval, niets van zijne koelbloedigheid verloren. Zijne vijanden niet kunnende zien, had hij er niet aan gedacht zich te verdedigen. En al had hij het gebruik zijner oogen gehad, hij zou het nochtans niet beproefd hebben. Hij zou den dood te gemoet geloopen zijn. Maar kon hij niet zien, hij kon hooren en begrijpen wat zij zeiden.

Inderdaad herkende hij aan hunne spraak dat de soldaten Tartaren waren en aan hunne woorden, dat zij de voorloopers van het leger der overweldigers waren.

Ziehier overigens wat Michael Strogoff vernam zoo uit de gesprekken die nu in zijne tegenwoordigheid gevoerd werden, als uit stukken van samen sprekingen, die hij later opving.

Deze soldaten stonden niet onder rechtstreeksch bevel van den emir, die nog aan gene zijde van de J eniseï werd opgehouden. Zij behoorden tot de derde kolonne, meer uitsluitend samengesteld uit Tartaren van de Khanaten Khokhand en Koendoes, waarmede het leger van Feofar zich weldra in de omstreken van Irkoetsk zou vereenigen.

Sluiten