Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eens zeide Michael Strogoff tot het meisje:

„Nadia, gij spreekt nooit meer over mijne moeder?"

Nadia wilde niet over zijne moeder spreken. Waartoe zijne smart weder te verlevendigen? Was de oude Siberische vrouw niet dood? Had haar zoon niet den laatsten kus gedrukt op dat lijk, dat op de bergvlakte van Tomsk lag uitgestrekt?

,,Kom Nadia," sprak Michael Strogoff, „spreek mij over haar! Gij zult er mij genoegen mee doen!"

En toen deed Nadia wat zij tot dusver niet gedaan had. Zij verhaalde alles wat er tusschen Marfa en haar sedert hunne ontmoeting te Tomsk, waar zij elkander voor het eerst zagen, was voorgevallen. Zij vertelde hoe een onverklaarbaar instinct haar tot de bejaarde gevangene gedreven had; zonder dat zij haar kende; welke zorgen zij aan haar had gewijd en welke bemoediging zij van haar ontvangen had. Destijds was Michael Strogoff voor haar niemand anders dan Nikolaas Korpanoff.

„Dien ik steeds had moeten blijven!" antwoordde Michael Strogoff, wiens voorhoofd betrok.

Daarna liet hij er op volgen:

„Ik heb mijn eed niet gehouden, Nadia. Ik had gezworen mijne moeder niet te zullen zien!"

„Maar Michael, gij hebt niet getracht om haar te zien. Alleen het toeval heeft u in hare tegenwoordigheid gebracht."

„Ik had gezworen om, wat er ook gebeurde, mij zeiven niet te verraden."

„Michael, Michael! Kondt gij weerstand bieden toen de zweep Marfa Strogoff bedreigde! Er bestaat geen eed, die een zoon kan beletten om zijne moeder te hulp te komen!"

„Ik heb mijn eed niet gehouden, Nadia," antwoordde Michael Strogoff „Mogen God en de Vader het mij vergeven."

„Michael," zeide het meisje toen, „ik heb u eene vraag te doen. Antwoord mij niet, indien gij meent mij geen antwoord te moeten geven. Van uwe zijde kan niets mij beleedigen."

„Spreek, Nadia."

„Waarom maakt ge, nu de brief van den czaar u ontnomen is, toch zoo'n haast om Irkoetsk te bereiken?"

Michael Strogoff drukte de hand zijner gezellin nog sterker, maar hij antwoordde niet.

„Wist gij dan wat de brief inhield, vóór dat gij Moskou verliet?" hernam Nadia.

„Neen, ik wist het niet."

„Moet ik gelooven, Michael, dat de wensch om mij in handen van mijn vader te stellen, u alleen naar Irkoetsk drijft?"

„Neen, Nadia," antwooordde Michael Strogoff ernstig, „Ik zou u bedriegen, zoo ik u in dien waan liet. Ik ga derwaarts, waarheen mijn plicht mij gebiedt te gaan. En wat het geleide naar Irkoetsk

Sluiten