Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daar de inhoud hem onbekend was, nog zoo'n haast om te Irkoetsk aan te komen? Alcide Jolivet en Harry Blount begrepen het evenmin, als Nadia het had begrepen.

Overigens werd er over het verledene niet gesproken, vóór het oogenblik dat Alcide Jolivet tegen Michael Strogoff meende te moeten zeggen:

„Wij zijn haast verplicht onze verontschuldiging er over te maken dat wij u, vóór onze scheiding op de pleisterplaats te Ichem de hand niet gegeven hebben."

„Neen, gij hadt het recht mij als een lafaard te beschouwen!"

„In ieder geval," voegde Alcide Jolivet er bij, „hebt gij het gelaat van dien ellendeling maar aardig geknoet en hij zal er langen tijd het merk van vertoonen!"

„Neen, niet lang!" antwoordde Michael Strogoff eenvoudig.

Een half uur na het vertrek van Livenitchnaïa waren Alcide Jolivet en zijn makker op de hoogte van de wreede beproevingen die Michael Strogoff en zijne gezellin ondergaan hadden. Zij hadden niets dan bewondering voor eene wilskracht, slechts door de opoffering van het meisje geëvenaard. En over Michael Strogoff dachten ze precies overeenkomstig hetgeen de czaar van hem te Moskou had gezegd:

„Waarlijk, bet is een man!"

Het vlot gleed snel voort tusschen de ijsschotsen die de stroom der Angara medevoerde. Een beweeglijk panorama ontrolde zich langs de beide oevers van den stroom en, door een gezichtsbedrog scheen het alsof de drijvende toestel onbeweeglijk bleef tegenover die opeenvolging van schilderachtige gezichtspunten. Hier waren het hooge granietachtige voorgebergten; daar woeste berg-engten waaruit een stortvloed te voorschijn kwam; soms eene breede insnijding met een nog rookend dorp en dan weder dichte pij nboom-wouden die helle vlammen vertoonden. Maar zoo de Tartaren overal sporen van hun doortocht hadden achtergelaten, henzelven zag men nog niet, omdat zij aan de toegangswegen naar Irkoetsk gelegerd waren.

In den tusschentijd vervolgden de pelgrims, met luider stem, hunne gebeden en hield de oude schipper, de ijsschotsen, die het te dicht naderde, op zijde duwende, het vlot in het midden van den snellen stroom der Angara.

XXVIII.

Tusschen twee oevers.

Zooals de toestand van den hemel het deed vooruit zien, was de geheele streek om acht uur 's avonds in diepe duisternis gehuld,

Sluiten