Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nacht. De Angara werd dan van den eenen tot den anderen oever verlicht. De ijsschotsen vormden even zoovele spiegels die, de vlam onder alle hoeken en met allerlei kleuren terugkaatsende, zich naaide luimen van den stroom verplaatsten. Het vlot onder al deze drijvende lichamen vermengd, gleed ongemerkt voorbij.

Daar zat het gevaar hem dus niet.

Maar een gevaar van gansch anderen aard bedreigde de vluchtelingen. Dat konden zij niet voorzien, maar wat meer is, zij konden het niet afweren. Het toeval maakte er Alcide Jolivet meVle bekend en wel onder de volgende omstandigheid.

Alcide Jolivet had, op den rechterkant van het vlot liggende, zijne hand in den stroom laten afhangen. Plotseling was hij verwonderd over de werking die de aanraking van het water op de oppervlakte zijner hand uitoefende. Het scheen uit een kleverige zelfstandigheid te bestaan, alsof het uit aard-olie wassaamgesteld.

Het gevoel door den reuk nagaande, bleef er voor Alcide J olivet geen twijfel over. Het was inderdaad eene laag vloeibare naphta die op de oppervlakte van het water der Angara dreef en met haar meestroomde!

Dreef het vlot dan werkelijk op deze zoo brandbare zelfstandigheid? Waar kwam die naphta vandaan? Was het eene werking der natuur die het op de oppen-lakte der Angara gelegerd had of wel een vernielingswerktuig door de Tartaren aangewend? Wilden zij, door middelen die het oorlogsrecht tusschen beschaafde natiën niet rechtvaardigde, den brand tot in Irkoetsk voortplanten?

Deze vragen deed Alcide Jolivet aan zich zeiven, maar hij deelde het geval aan niemand anders mede dan aan Harry Blount en beiden waren van gevoelen om hunne makkers niet te verontrusten door hun dit nieuwe gevaar te openbaren.

Het is bekend dat de bodem van Middel-Azië als een spons doortrokken is van een vloeibaar mengsel van koolstof met waterstof. In de haven van Bakoe, op de Perzische grens, op het schiereiland Abcheron, op de Kaspische zee, in Klein-Azië, in China, in den Joeg-Hijan, in Birma, borrelen de bronnen van minerale oliën bij duizenden boven de oppervlakte van den grond. Het is de „oliestreek" gelijkende op die, welke in Noord-Amerika denzelfden naam draagt.

Bij sommige godsdienstige feesten werpen de inboorlingen, voornamelijk die van de havenstad Bakoe, welke vuuraanbidders zijn, vloeibare naphta op de oppervlakte der zee, die dan bovendrijft omdat ze lichter dan het water is. Als het dan nacht geworden is en zich eene laag minerale olie over de Kaspische zee verspreid heeft, steken zij haar aan en verschaffen zij zich het onvergetelijk schoone schouwspel van eene vuurzee, wier golven door den wind heen en weer bewogen worden.

Maar wat te Bakoe slechts een vermaak was, zou op de wateren ,

Sluiten