Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het garnizoen van Irkoetsk bestond toen uit een regiment kozakken te voet, dat ongeveer twee duizend man telde, en uit een korps stedelijke gendarmen met helm en blauwe met zilver geboorde uniform.

Bovendien is het bekend dat de broeder van den czaar, tengevolge van bijzondere omstandigheden, sedert het begin van den aanval, in de stad was opgesloten.

Deze omstandigheid moet nader omschreven worden.

Eene reis van staatkundig gewicht had den grootvorst naar deze verwijderde streken van Oostelijk-Azié gevoerd.

Na de voornaamste Siberische steden doorgetrokken te zijn had de grootvorst, die meer als soldaat dan als vorst reisde, zich zonder eenige praal, door zijne officieren vergezeld en begeleid door eene afdeeling kozakken, naar de streken aan gene zijde van het meer Baïkal begeven.

Xikolaewsk, de laatste Russische stad op het kustgebied der zee van Okhotsk, was door hem met een bezoek vereerd.

Van de grenzen van het onmetelijke Moscovitische rijk kwam de grootvorst naar Irkoetsk terug, vanwaar hij de terugreis naar Europa dacht aan te nemen, toen hij de tijding ontving van den zoo plotselingen, als dreigenden inval. Hij haastte zich naar de hoofdstad terug te keeren, maar toen hij er aankwam, was de gemeenschap met Rusland op het punt van afgebroken te worden. Hij ontving nog eenige telegrammen uit Petersburg en Moskou en hij kon ze zelfs beantwoorden. Daarna werd de draad, onder de ons bekende omstandigheden, afgesneden.

Irkoetsk was van het overige deel der wereld afgezonderd.

De grootvorst kon zich bepalen tot het regelen der verdediging en dit deed hij met die standvastigheid en die koelbloedigheid waarvan hij in andere omstandigheden, onwedersprekelijke bewijzen heeft gegeven.

De berichten omtrent het innemen van Ichim, Omsk en Tomsk kwamen achtereenvolgens te Irkoetsk aan. Men moest dus, tot eiken prijs, de hoofdstad van Siberië voor vermeestering vrijwaren. Op spoedige hulp kon men niet rekenen. De geringe troepenmacht in de provinciën van den Amoer en in het gouvernement van Irkoetsk verspreid, kon niet in genoegzamen getale oprukken om de Tartaarsche kolonnes tegen te houden. En daar Irkoetsk nu onmogelijk aan eene insluiting kon ontsnappen, was het vooral zaak de stad in staat te stellen een beleg van eenigen duur te kunnen weerstaan.

Deze werken werden aangevangen op den dag waarop Tomsk in handen der Tartaren viel. Tegelijk met dat bericht, vernam de grootvorst dat de emir van Boekhara en de verbonden khans de beweging in persoon aanvoerden, maar wat hij niet wist, was dat de luitenant dezer barbaarsche opperhoofden Ivan Ogareff was, dien

Sluiten