Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij zelf van zijn rang vervallen had verklaard en dien hij niet kende.

Gelijk men gezien heeft werden de bewoners der provincie Irkoetsk al dadelijk gedwongen steden en vlekken te verlaten. Zij, die niet de wijk naar de hoofdstad namen, moesten zich achter het meer Baïkal terugtrekken, omdat het niet waarschijnlijk was dat de inval zijne verwoestingen tot daar zou uitbreiden. De oogst van graan en veevoeder werd voor de stad in beslag genomen en dit laatste bolwerk der Moscovitische macht in het verre oosten in staat gesteld om eenigen tijd weerstand te bieden.

Irkoetsk, in 1611 gesticht, is gelegen aan de samenvloeiing van de Irkoet en de Angara, op den rechteroever van dezen stroom. Twee houten bruggen op paalwerk gebouwd en zoodanig ingericht dat zij over de volle breedte van het vaarwater ten dienste der scheepvaart konden geopend worden, verbonden de stad aan hare voorsteden, die zich op den linkeroever uitstrekken. Aan deze zijde was de verdediging gemakkelijk. De voorsteden werden verlaten en de bruggen vernield. De overtocht der op dit punt zeer breede Angara zou, onder het vuur der belegerden, niet mogelijk zijn geweest. Maar de stroom kon boven en beneden de stad overgetrokken worden en bijgevolg stond Irkoetsk bloot om aan de oostzijde, door geen ringmuur beschermd, te worden aangetast.

Aan de vestingwerken werd dus allereerst gearbeid. Men werkte dag en nacht. De grootvorst vond eene volijverige bevolking aan den gang, die hij later als dappere verdedigers zou terugvinden. Soldaten, kooplieden, ballingen, landlieden, allen offerden zich voor het gemeene welzijn op. Acht dagen voordat de Tartaren aan de Angara verschenen, waren aarden wallen opgericht. Een gracht met water uit de Angara gevuld, was tusschen de eskarp en de contre-eskarp gegraven. De stad kon nu niet meer bij verrassing worden ingenomen; zij moest berend en belegerd worden.

De derde Tartaarsche kolonne — dezelfde die de vallei der J eniseï was opgetrokken — verscheen 24 September in het gezicht van Irkoetsk. Zij nam dadelijk de verlaten voorsteden in bezit, waarvan de huizen echter vernield waren, om de werking der ongelukkigerwijze te zwakke artillerie van den grootvorst niet te hinderen.

De Tartaren namen dus stelling in afwachting der aankomst van de beide andere kolonnes, aangevoerd door den emir en zijne bondgenooten.

De vereeniging der onderscheidene korpsen had plaats op 25 September in het kamp van de Angara en het geheele leger, uitgenomen de bezettingen in de voornaamste veroverde steden achtergelaten, was nu saamgetrokken onder bevel van Feofar-Khan.

Daar Ivan Ogareff den overtocht der Angara vóór Irkoetsk niet doenlijk vond, stak eene sterke troepen-afdeeling eenige wersten benedenwaarts den stroom over op schipbruggen. De grootvorst deed geene poging om zich tegen dezen overtocht te verzetten.

Sluiten