Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Wij zullen morgen de werken op den rechteroever bezien. De Angara begint ijsschotsen te kruien, zij zal spoedig vastzitten en, in dat geval zouden de Tartaren haar kunnen oversteken."

„Uwe Hoogheid sta mij toe eene opmerking te maken," zeide het hoofd der koopheden.

„Ga uw gang, mijnheer."

„Ik heb de temperatuur meermalen tot dertig a veertig graden onder nul zien dalen en de Angara bleef dan kruien, maar raakte niet vast. Dat ligt zeker aan haar snellen stroom. Indien de Tartaren dus geen ander middel hebben om over den stroom te komen, kan ik Uwe Hoogheid verzekeren, dat zij langs dien weg Irkoetsk niet zullen binnen komen."

De gouverneur-generaal bevestigde de verklaring van het hoofd der koopheden.

„Dat is wel eene gelukkige omstandigheid," antwoordde de grootvorst. „Niettemin zullen zullen wij ons op alles voorbereid houden." ,

En zich daarna tot den politiemeester wendende, zeide hij:

„Hebt u mij niets te zeggen, mijnheer?"

„Ik heb," antwoordde de politiemeester, „Uwe Hoogheid met een smeekschrift in kennis te stellen, dat door mijne tusschenkomst aan U gericht is."

„Aan mij gericht door....?"

„Door de Siberische ballingen die, zoo als Uwe Hoogheid weet, zich ten getale van vijfhonderd in de stad bevinden."

De over de geheele provincie verdeelde staatkundige ballingen waren sedert het begin van den opstand te Irkoetsk verzameld. Zij hadden gehoorzaamd aan het bevel om naar de stad te komen en de vlekken te verlaten waar zij onderscheidene beroepen uitoefenden, dezen als geneesheer, genen als leeraar hetzij aan het gymnasium, hetzij aan de Japansche school, hetzij aan de zeevaartschool. Reeds had de grootvorst even als de czaar in hunne vaderlandsliefde vertrouwen stellende, hen gewapend en in hen dappere verdedigers gevonden.

„Wat vragen de ballingen?" zeide de grootvorst.

„Zij vragen aan Uwe Hoogheid," antwoordde de politiemeester, „vergunning om een bijzonder korps te mogen vormen en om bij den eersten uitval de spits uit te maken."

„Ja," antwoordde de grootvorst met een gevoel dat hij niet zocht te onderdrukken, „die ballingen zijn Russen en zijn in hun recht wanneer zij voor hun land willen vechten!"

„Ik meen Uwe Hoogheid te kunnen verzekeren," zeide de gouverneur-generaal, „dat zij geen betere soldaten zal hebben."

„Maar zij moeten een hoofd hebben," antwoordde de grootvorst „Wie zal dat wezen?"

„Zij wilden," zeide de politiemeester, „dat Uwe Hoogheid een

Sluiten