Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Nadia, doe die deur dicht!" zeide Michael Strogoff. „Roep niemand en laat mij mijn gang gaan! De koerier van den czaar heeft heden van dien ellendeling niets te vreezen! Laat hij op mij afkomen, zoo hij durft! Ik wacht hem af."

Intusschen sprak Ivan Ogareff, die als een tijger op de loer lag, geen woord. Hij had het geluid van zijn stap, zelfs zijne ademhaling wel voor het oor van den blinde willen wegdoen. Hij wilde hem treffen voor dat hij hem hoorde naderen; hij wilde hem met een wissen stoot treffen. De verrader dacht er niet aan om te vechten, maar om hem, wiens naam hij gestolen had, te vermoorden.

Nadia, bevreesd en tegelijkertijd vertrouwende, aanschouwde dit vreeselijk tooneel met eene soort van bewondering. Het scheen dat de bedaardheid van Michael Strogoff zich plotseling aan haar had medegedeeld. Michael Strogoff had, wel is waar, geen ander wapen dan zijn Siberisch mes en hij zag zijn tegenstander niet, die met een degen gewapend was. Maar door welke hemelsche goedheid scheen hij hem dan den meester te zijn? Hoe kwam het dat hij, zonder zich bijna te verplaatsen, steeds front maakte tegenover de punt van zijn degen?

Ivan Ogareff bespiedde, met zichtbaren angst, zijn zonderlingen tegenstander. De bovenmenschelijke bedaardheid had invloed op hem.Te vergeefs zeide hij tot zichzelven dat, wanneer hij met zijne rede te rade ging, al het voordeel in zulk een ongelijk gevecht, geheel aan zijn kant moest zijn. Die onbeweeglijkheid van den blinde verlamde hem. Zijn blik had de plek opgezocht waar hij zijn slachtoffer moest treffen.... Hij had haar gevonden! Wat weerhield hem dan om er een eind aan te maken?....

Eindelijk deed hij een sprong en richtte hij een degenstoot op Michael Strogoff's borst.

Eene bijna onmerkbare beweging van het mes van den blinde weerde den stoot af. Michael Strogoff was niet geraakt en wachtte koelbloedig, zonder uittarting, een tweeden aanval af.

Een ijskoud zweet druppelde van het voorhoofd van Ivan Ogareff. Hij ging een pas achterwaarts en viel toen weer uit. Maar de tweede stoot trof evenmin als de eerste. Een eenvoudige afwering met het breede mes was voldoende om den nuttelooozen degen van den verrader te doen afwijken.

Deze, dol van woede en schrik tegenover dat levende standbeeld, richtte zijne bevreesde blikken op de wijd geopende oogen van den blinde. Die oogen, die tot in het diepst zijner ziel schenen te lezen en niet zagen, niet konden zien, die oogen oefenden eene verschrikkelijke betoovering op hem uit.

Plotseling liet Ivan Ogareff een kreet hooren.

Er was onverwachts een licht voor zijne gedachte opgegaan.

„Hij ziet," riep hij uit, hij ziet!..."

En, als een wild dier dat in zijn hol tracht binnen te sluipen, liep

Sluiten