Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Niemand sprak het tegen.

»De tijd zal komen," ging de spreker voort, »dat men reizen doet naar de maan, naar de planeten, naar de sterren, zooals men tegenwoordig van Liverpool naar New-York reist, gemakkelijk, snel en veilig. De tijd zal komen, dat de oceaan der ruimte even druk doorreisd wordt als de oceaan der Aarde, onze planeet. Afstand is slechts een betrekkelijk woord. Eenmaal wordt de afstand nul."

De vergadering was gunstig ten aanzien van den Franschen held gestemd, maar deze leer scheen haar wat kras. Dat scheen Michel Ardan te begrijpen.

»Gij schijnt niet overtuigd. Welnu, laat ons zien. Weet gij hoeveel tijd een sneltrein noodig zou hebben om de maan te bereiken?"

«Driehonderd dagen, meer niet. Het is een afstand van nog geen 52,000 mijlen, maar wat maakt dat uit? Nog geen tienmaal de tocht om de aarde, en hoeveel reizigers en zeelieden hebben dien afstand al niet afgelegd! Bedenkt dus, dat ik slechts 97 uren onderweg ben. Gij meent misschien, dat de Maan ver van de Aarde is en dat men zich wel tweemaal mag bedenken eer men de reis waagt? Maar wat zoudt gij dan wel zeggen van een reis naar Neptunus, die 600 millioen mijlen van de zon af is? Verbeeldt u een spoorweg van hier naar die planeet, en dat een plaatskaartje 1 Amerikaansche cent per kilometer kost, — uiterst goedkoop! — dan zou nog een kapitaaltje van 45,000 millioen dollar noodig zijn om de reis te betalen."

Deze manier van betoogen viel zeer in den smaak. Dat scheen Michel Ardan te bemerken; hij werd er te welbespraakter door.

»Ed wat is nog die afstand naar Neptunus bij dien der vaste sterren! Wij kunnen dien niet meer bij mijlen uitdrukken, maar ik zal u iets anders zeggen. Het licht legt in iedere seconde een afstand van ruim 41,000 mijlen of omtrent 55.000 uren gaans af. Het licht der zon komt dus in ruim 8 minuten tot ons. Welnu! datzelfde licht zou, om van ons tot de allernaaste vaste ster, de grootste in het sterrenbeeld Centaurus te komen, meer dan 3 jaren noodig hebben, Sirius 14, de Poolster 43 jaren. En deze zijn voor ons de naaste vaste sterren. Daar zijn er, van welke men met zekerheid weet, dat zij niet minder dan driehonderdmaal verder kunnen zijn, misschien duizendmaal. Daar kan men dus eerst van afstanden beginnen te spreken. Weet gij wat ik denk van de wereld, die begint op de zon en eindigt op Neptunus? Doodeenvoudig. Het zonnestelsel is een vast lichaam, een vaste zelfstandigheid, de planeten zijn enkel gescheiden door ruimtetjes, zooals de stofdeeltjes van het zwaarste metaal, zilver, ijzer of platina. Daarom heb ik recht te zeggen en herhaal het met de innigste overtuiging ^afstand is een hol woord, afstand is een onding!"

»Bravo! Hoezee!" klonk het uit 300.000 monden.

Sluiten