Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

konden leveren, bewijst het feit hunner uitbarsting niets voor het bestaan van een dampkring."

»Ik zal u feiten leveren," sprak Michel Arden bedaard. »In 1715 hebben de weerkundigen Louville en Halley, den jden Mei van dat jaar een eklips waarnemende, eenige vuurschitteringen van zonderlingen vorm gezien. Zij bewogen zich snel en werden door de genoemde waarnemers voor onweders gehouden,"

»Die waarneming betreft niets dan vuurbollen, zooals wij ze op de aarde ook wel eens zien. Zoo hebben andere geleerden er over geoordeeld en ik doe het ook."

»En heeft," vroeg Michel Ardan met onverstoorbaarbare kalmte «Herschel dan in 1787 geen menigte lichtpunten op de donkere zijde der Maan gezien?"

»Zeker, maar Herschel heeft niet getracht dat verschijnsel te verklaren en er althans geen bewijs voor het bestaan van een dampkring der Maan uit afgeleid."

»Goed geantwoord," Sprak Michel Ardan niet zonder bijtende scherts, »gij schijnt ver in de maankennis."

»Ver genoeg om te weten, dat Beer en Madler, sterrenkundigen die zeer hun werk van de Maan hebben gemaakt daaromtrent ook bepaald van hetzelfde gevoelen zijn."

Michel Ardan was niet uit het veld geslagen. »Laussedat, een bekwaam sterrenkundige, heeft in de eklips van 18 Juli 1860 de horens der zon afgerond en scheef gezien. Dit verschijnsel kon onmogelijk een andere oorzaak hebben dan een maandampkring."

»Maar is die waarneming bewezen ?"

«Bewezen."

»Met uw verlof, boven de bergen dan toch niet," meende de hardnekkige onbekende.

»Dan toch in de valleiën, eenige honderden voeten lager."

»Pas maar op dat ge dan komt waar gij wezen moet," was de raad van den onbekende.

»Dank u; er is allicht lucht genoeg voor één persoon, en ik zal wat zuinig ademhalen."

»Nu wij het," ging Michel Ardan voort, nadat de ongelooflijke toejuiching van zijn laatsten kwinkslag genoegzaam bedaard was, »nu wij het over, zij het dan een dampkringetje, eens zijn, moeten wij ook aannemen dat er water op de Maan is. Blij toe. Maar mag ik mijn geachten bestrijder nog iets doen op merken? Wij kennen slecht éene zijde der maanschijf, en er moge dan op de naar ons toegekeerde zijde weinig lucht zijn, mogelijk is het aan den anderen kant anders. De Maan toch heeft door den invloed van de aantrekkingskracht der aarde den vorm van een ei aangenomen, dat wij op de punt zien. Vandaar dat, gelijk ook de berekening van Hansen uitwijst, haar zwaartepunt in de van ons afgekeerde zijde ligt. Van-

Sluiten