Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DERTIGSTE HOOFDSTUK.

EEN BEREKENING EN EEN BEGRAFENIS.

Nog niet lang was het ontbijt weggeruimd, of onze drie vrienden geraakten ongevoelig, naar 't scheen, onder den indruk der ledige hemelruimte om hen heen. Ook zij gevoelden iets ledigs. In een enge ruimte besloten en niets te doen hebbende, waren Barbicane en Nicholl ineens in een gansch andere wereld verplaatst dan die bedrijvigheid, waaraan de voorzitter der Gun-club in de , laatste maanden zoo gewoon geworden was en die te zeer in het gestel van den kapitein lag om haar ineens te verloochenen. Ook had het iets onbegrijpelijk vervelends, dat zij geen de minste beweging bemerkten. Het was zonder de geringste afwisseling: de maan boven, de zon onder hen. Het eenige waaraan dan nog een weinig verandering te zien was, bestond in het grooter worden der maanschijf — een gevolg en een blijk tevens van hun beweging in de richting naar de Maan.

Maar bij Michel Ardan kwam er nog iets bij. Hij twijfelde wel niet aan den goeden uitslag der onderneming, maar zijn levendigheid als Franschman begon hem toch met vragen te kwellen, waarvan den volgenden dag, 3 December, de uitroep een blijk was: »Wat is het toch ellendig, dat ik zulk een sukkelaar in de wiskunde ben!"

»Waarom?" vroeg Barbicane.

«Omdat ik nu onmogelijk raden kan hoe de geleerden der sterrenwacht te Cambridge hebben kunnen berekenen met welke snelheid het projectiel uit de Columbiad moest vliegen om op de Maan terecht te komen."

't Is toch zeer eenvoudig," antwoordde Barbicane.

»Kunt gij het mij dan zeggen ?"

»Zeggen — ja; maar of ge het begrijpen zoudt?"

»Ben ik dan zoo dom ?"

»Dat niet, maar, ziet ge, daartoe behoort algebra."

»Wat is dat voor een ding?"

»Dat is geen ding, maar een wetenschap, die zulke dingen leert berekenen. Dit geschiedt door de integraal-rekening."

»Ik heb de eer niet, die dame te kennen," zei Michel Ardan met een buiging. »Wees zoo goed mij aan haar te presenteeren."

Sluiten