Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

achtergrond der ruimte, bezaaid met sterren, die zich langzaam schenen te bewegen. Van betrekkelijke grootte waren zij niet merkbaar veranderd. Zon en sterren hadden hetzelfde voorkomen als van de aarde gezien. De Maan was aanmerkelijk grooter; maar de kijkers van onze reizigers waren niet krachtig genoeg om gelegenheid te geven tot bruikbare waarnemingen of iets aangaande haar oppervlakte te doen kennen.

Aan gesprek ontbrak het hun niet. De maan was het voorname onderwerp van hun gekout. Ieder zei er het zijne van; Barbicane en Nicholl altijd in ernst. Michel Ardan altijd luchtig en kluchtig. Het projectiel, de richting, de snelheid, de ongevallen die zouden kunnen plaats hebben, de voorzorgen te nemen bij het nederdalen op de Maan — dat alles leverde onuitputtelijke stof.

Een voorbeeld. Michel Ardan wilde weten wat er op loopen zou, indien het projectiel eens plotseling in zijn vaart was gestuit, terwijl het zijn eerste snelheid nog had.

«Maar ik begrijp niet waardoor het projectiel zou hebben kunnen gestuit worden," zei Barbicane.

»'t Is maar een onderstelling," antwoordde Michel Ardan.

»Een onmogelijke," meende Barbicane, «namelijk indien de snelheid zelf niet weggevallen ware. Maar die snelheid moest langzamerhand afnemen en zou niet plotseling gestuit zijn."

«Aangenomen dat het projectiel tegen een of ander lichaam in de hemelruimte stuitte."

«Welk?"

«Den grooten vuurbol dien wij ontmoet hebben."

Nicholl meende, dat in dit geval het projectiel in duizend stukken zou gesprongen zijn.

«Wij zouden levend verbrand zijn," voegde Barbicane er ernstig bij.

«Verbrand," sprak Michel Ardan, »'t is jammer; dat zou mooi zijn geweest om te zien."

«En gij zoudt het gezien hebben," antwoordde Barbicane. «Men weet nu, dat warmte niets anders is dan een wijziging van beweging. Wanneer men water verhit, dat wil zeggen: wanneer men warmtestof bij water voegt, beteekent dit, dat men beweging geeft aan de stofdeeltjes waaruit het water bestaat."

«Zeer fraai!" merkte Michel Ardan aan.

»Niet alleen fraai, maar ook juist, mijn vriend, want dit verklaart alle warmteverschijnselen. De warmte is niets dan een beweging der stofdeeltjes, een eenvoudige slingering dier deeltjes. Wanneer men in een plank een gat boort, wordt de boor verhit: waardoor ? Door beweging. Waarom smeert men de assen van rij- en voertuigen ? Om te beletten dat zij te zeer verhit worden."

«Als ik het dan wel begrijp," sprak Michel Ardan met gemaakten ernst, «hoe komt het dan dat ik moet stilhouden, wanneer ik lang

Sluiten