Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«Kom, kom," zei Michel Ardan, »als er bewoners zijn, halen zij adem. Als zij er zijn, zullen zij wel voor drie man meer ZUUJ" stof te missen hebben, al was het in de diepten waar deze door de zwaarte zal zijn opeengehoopt. Welnu, wij zullen dan niet over de bergen klauteren; dat is alles!"

Michel Ardan stond op en bekeek de schitterende maanschijf. «Verduiveld!" riep hij uit. »Wat moet het daar heet zijn! «En reken dan nog eens er bij," liet Nicholl volgen, »dat de

dag daar 360 uren duurt."

«Daartegenover staat," sprak Barbicane, «een nacht van gelijken duur, en daar de warmte door terugkaatsing wordt teruggegeven, moet de temperatuur gelijkstaan met die der hemelruimte.

»Een aardig landje!'' sprak Michel Ardan. «Maar dat maakt niets uit! Ik wenschte maar dat ik er was. 't Zal grappig zijn de Aarde tot wachter te hebben en als zij opgestaan is te kunnen zeggen, daar heb je Amerika, en daar Europa! En haar dan na te oogen als zij verdwijnt in de stralen der zon! Maar zeg eens, Barbicane, zien de maanbewoners ook eclipsen?"

«Ja," was het antwoord, «zon-eclipsen wanneer de middelpunten van zon, aarde en maan zoo in een rechte lijn staan, dat de Aarde zich in het midden bevindt. Maar het zijn slechts ringvormige eclipsen, in welke de Aarde bij wijze van een vuurscherm vóór de zon geplaatst is, en slechts een klein gedeelte van de zonneschijf bedekt." _ , t , , «En waarom geen totale eclips?" vroeg Nicholl. «Strekt de scha-

duwkegel der Aarde zich dan niet uit voorbij de Maan?

»Gewis, indien men de straalbuiging, veroorzaakt door den dampkring der aarde, buiten rekening laat. Neen, indien men die straalbuiging in aanmerking neemt. Stellen wij de horizontale parallaxis = p, de schijnbare halve middellijn — m .... '

»A1 genoeg van dat »steilen" en »gelijk!"

«In gewone menschentaal dan ! schoon de middelbare afstand tusschen de maan en de aarde 60 stralen der aarde bedraagt, is de lengte van den schaduwkegel tengevolge der straalbreking beneden de 42 stralen. Daaruit volgt dus, dat tijdens een eclips de maan zich bevindt buiten den zuiveren schaduwkegel, en dat de zon haar tot zelfs de stralen van haar middelpunt toezend.

»En waarom," vroeg Michel Ardan niet zonder ruwheid in zijn toon, »is er dan eclips, als er geen zijn moet!" , . .

«Alleen dewijl deze zonnestralen verzwakt zijn door de straalbreking, terwijl de dampkring der Aarde, door welken zij heen gaan er het grootste getal van uitdooft."

«Dat gaat goed op," vond Michel Ardan; overigens zullen wij

het wel zien als wij er zijn."

«Zeg eens, Barbicane, gelooft gij dat de maan een oude komeet

Sluiten