Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is!" Bij deze vraag voegde Nicholl nog de opmerking dat volgens getuigenis der Ouden de Arkadiërs beweerden, dat hunne voorouders de aarde hadden bewoond eer de maan haar wachter was geworden. Daarvan uitgaande, hebben sommige geleerden de Maan gehouden voor een voormalige komeet, welker loopbaan eenmaal zoo nabij de Aarde zal komen, dat de aantrekking van deze haar doet nedervallen."

»Niets daarvan," antwoordde Barbicane: »dit blijkt hieruit, dat de maan geen spoor heeft overgehouden van dat nevelomkleedsel waarin de kometen altijd gehuld zijn."

»Maar zou," vroeg Nicholl weder, »de maan, eer zij wachter der aarde geworden is, in het punt harer zonsnabijheid niet dicht genoeg voorbij de zon hebben kunnen vliegen om daar door uitdamping haar geheel nevelkleed achter te laten?"

«Dat zou kunnen, vriend Nicholl, maar waarschijnlijk is het niet."

»Waarom niet?"

»Omdat .... ik weet het niet."

»Met dat: ik weet het niet! zou men honderden boekdeelen kunnen vullen," merkte Michel Ardan aan.

»Hoe laat is het?" vroeg Barbicane.

»Drie uur," antwoordde Nicholl.

»Wat vliegt de tijd toch om," merkte Michel Ardan op, »in het gesprek met zulke geleerden als gij zijt! Waarachtig, ik leer veel!"

Bij deze woorden sprong Michel Ardan bijna tegen de zoldering van het projectiel, zooals hij zeide om beter de maan te kunnen zien. De anderen zwegen een oogenblik.

Michel Ardan keek door een der zijraampjes en uitte een kreet van verbazing.

»Wat is er?" vroeg Barbicane.

De voorzitter der Gun-club naderde het glas ook en zag een soort van platten zak, die op eenige meters afstand nabij het projectiel zweefde. Dit voorwerp scheen even onbeweeglijk als het projectiel, zoodat het zich op gelijke wijze als dit bewoog.

»Wat is dat voor een ding ?" herhaalde Michel Ardan. »Is het een lichaampje dat in de hemelruimte zweeft, maar nu door de aantrekking van ons projectiel genoodzaakt wordt bij ons te blijven en mede naar de maan te trekken?"

»Mij verbaast het," antwoorde Nicholl, »dat de specifieke zwaarte van dat voorwerp het met ons gelijk doet blijven, hoewel die zeer zeker geringer is dan die van ons projectiel."

»Nicholl," zei Barbicane na een oogenblik peinzens, »wat het voor een ding is, weet ik niet; maar wel weet- ik waarom het naast ons projectiel blijft."

»En dat is?"

Sluiten