Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maan, die op hun zenuwgestel werkte? Hun gelaat werd zoo rood alsof zij een gloeienden oven hadden aangeblazen; hun ademhaling was versneld en hun longen bliezen als een smidsblaasbalg: hun oogen schitterden met een zonderling vuur; hun stem gaf vreemde geluiden: hun woorden schoten als uit de kurk van een champagneflesch, door het koolzuur uitgedreven; hun gebaren werden woest; voor zoover zij namelijk ruimte hadden om te gesticuleeren. En wat het zonderlingste was, zij zeiven bemerkten niets van de hevige spanning waarin zij zich bevonden.

«En nu," zei Nicholl barsch, «nu ik niet weet, of wij van de Maan zullen terugkeeren, wil ik weten wat wij er gaan doen."

»Wat wij er gaan doen?" antwoordde Barbicane op den grond stampende, »dat weet ik niet."

ïGij weet dat niet?" riep Michel Ardan met een soort van gehuil dat door het geheele projectiel drong.

«Neen, ik heb er zelfs geen vermoeden van," antwoordde Barbicane den vrager nahuilende.

«Dan weet ik het wel!" stamelde Michel Ardan.

«Spreek op!" stotterde Nicholl.

»Ik zal spreken wanneer ik wil," snauwde Michel Ardan hem toe.

«Gij moet het willen!" schreeuwde Barbicane met fonkelend oog en dreigende vuist. «Gij hebt ons in deze gevaarlijke reis gesleept, en wij willen weten waarom."

«Ja!" voegde er de kapitein bij, »nu ik niet weet waarheen ik ga, wil ik weten waarom ik ga."

«Waarom ?" schreeuwde Michel Ardan, hoog opspringende, «waarom? Om bezit van de Maan te nemen in naam der Vereenigde Staten! Om een veertigsten Staat aan de negenendertig toe te voegen! Om de Maan te ontvangen, te bevolken, en er de voortbrengselen van kunst, nijverheid en wetenschap over te- brengen! Om de maanbewoners te beschaven, als zij ten minste niet beschaafder zijn dan wij, en om een republiek van hen te maken, als zij er ten

minste nog geen hebben."

«En als er nu eens geen maanbewoners zijn, merkte Nicholl aan, op wien de zonderlinge overspanning uitwerkte, dat zij een Jantje Contrarie van hem maakte.

«Wie zegt dat er geen maanbewoners zijn!" vroeg Michel Ardan op dreigenden toon.

»Ik!" krijschte Nicholl.

«Kapitein," bracht Michel Ardan met dubbelslaande tong uit, «herhaal die beleediging niet, of ik verworg u."

De twee kampioenen stonden op het punt elkander te lijf te gaan. Barbicane kwam tusschenbeiden. Hij zeide, hen scheidende.

«Stil ongelukkigen, als er geen maanbewoners zijn, behoeft ook over hen niet getwist te worden."

Sluiten