Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

»Maar wat moet gij met die beesten uitvoeren ?" vroeg Barbicane.

»Wat anders dan op de Maan acclimateeren!"

»En waarom ze weggestopt?"

»Een eenvoudige grap, maar die verongelukt is. Ik wilde ze op de Maan loslaten, zonder er u een woord van te zeggen. Ik dacht: wat zal hij opzien als hij Aardsche kippen op de Maan vindt!"

»Uil die ge zijt! Gij hebt waarlijk geen zuurstof noodig om u op te winden! Gij zijt altijd wat wij geweest zijn onder den invloed van 't openstaan der kraan!"

Michel Ardan slikte de pil en met hun drieën togen zij aan het opredderen van hun kamertje. De haan en zijn kippen werden weder in hun hok opgesloten. Maar dat leverde een nieuw, opmerkelijk verschijnsel.

Sedert hun vertrek van de Aarde was hun eigen gewicht, dat van het projectiel en der medegenomen voorwerpen voortdurend verminderd. Al konden zij deze afneming niet voor het projectiel bepalen, toch moest eenmaal het oogenblik komen dat het merkbaar werd voor henzelven en voor het medegenomene.

Het spreekt van zelf, dat een weegschaal die afneming niet zou hebben aangewezen, want het gewicht in de andere schaal zou evenzeer aan zwaarte hebben verloren als het gewogen voorwerp zelf; maar een weegwerktuig met een veer b. v., welker spanning onafhankelijk is van de aantrekking, zou het juiste bedrag der zwaartevermindering hebben doen kennen.

Men weet, dat de aantrekking, met andere woorden de zwaarte, evenredig is aan de stofhoeveelheid en in omgekeerde rede staat tot het vierkant van den afstand. Hieruit volgt, dat, indien de Aarde het eenige hemellichaam ware, het projectiel volgens de wet van Newton in zwaarte zou verminderd zijn, naarmate het zich verder van de Aarde verwijderde, maar zonder ooit die zwaarte geheel te verliezen, daar de aantrekking der Aarde op geen afstand immer geheel zou zijn vernietigd.

Maar in de bestaande omstandigheden moest er een oogenblik komen, waarop het projectiel volstrekt niet meer onderworpen zou zijn aan de wet der zwaarte, ongerekend de andere hemellichamen, welker aantrekkingskracht men kon aanmerken als niet bestci eind 6.

De baan van het projectiel liep tusschen de Aarde en de Maan. Naarmate het zich van de aarde verwijderde, verminderde de aantrekking in evenredigheid van het vierkant van den afstand (d i. op 6 maal grooteren afstand werd het 3Ómaal minder door de aarde aangetrokken, op iomaal grooteren afstand ioomaal minder enz.,): maar de aantrekking der Maan nam in dezelfde evenredigheid toe. Het projectiel moest dus eenmaal een punt bereiken, waar beide aan-

Sluiten