Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

»En zal onze spierkracht ook zooveel geringer zijn ?"

»In geenen deele. In plaats van een meter hoog te springen, zult gij het 18 voet doen."

»En als alles dan naar evenredigheid is," sprak Nicholl, smoeten de maanbewoners toch maar een voet lang zijn."

»Dus wij Gullivers en zij Lilliputters!"

»Als gij zoo redeneert," merkte Barbicane aan, »zouden wij op de groote planeten, Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus, daarentegen Lilliputtertjes wezen."

»En op de Zon?"

«Indien men als waarheid mag aannemen hetgeen uit alle waarnemingen en berekeningen volgt, dat de dichtheid der zon viermalen geringer is dan die der aarde, is haar stof hoeveelheid 259,551 maal meer dan die der laatste en de aantrekking 27 maal grooter. Als dus alle evenredigheden zouden gelden, moeten de zonbewoners een paar honderd voet lang zijn."

»Dan zou men een goed artillerie-park moeten hebben om zich tegen die kerels te verdedigen," meende Nicholl.

Barbicane deed hem opmerken, dat onze kogels niet veel op de zon zouden uitrichten, daar zij eenige meters ver reeds op den grond zouden vallen. »De aantrekking," merkte hij op, »is er zoo aanzienlijk, dat een voorwerp, op de aarde 70 kilo wegende, 1890 kilo op de zon zou halen. Uw hoed 10 kilo; kortom, als gij er kwaamt te vallen, zoudt gij niet kunnen opstaan, dewijl gij er ruim 2000 kilo wegen zoudt."

»Voor 't oogenblik," voegde Michel Ardan er bij, «zullen we ons maar bij de Maan bepalen; daar zijn wij heele heeren, terwijl wij later de zon eens kunnen bezoeken, waar wij een kaapstander noodig zullen hebben om ons glas naar den mond te brengen."

VIERENDERTIGSTE HOOFDSTUK.

EEN WEINIG UIT HET SPOOR.

Barbicane was volkomen gerust, zoo al niet over den uitslag der onderneming, dan toch over de vaart van het projectiel. Het was

Sluiten