Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

»ZulIen wij er komen ?" vroeg Nicholl.

»Wij zullen doen alsof wij er moesten komen," was Barbicane's antwoord.

«Gij zijt onruststokers," viel Michel Ardan in; »wij zullen er komen en wel spoediger dan ons lief is."

Deze uitval deed Barbicane besluiten, alles nog eens goed na te zien.

De lezer zal zich herinneren, dat kapitein Nicholl, toen hij zich in de volksvergadering bij Tampa-Town zoo vinnig tegenover Barbicane uitliet, beweerd had dat het projectiel als glas zou springen, waarop Michel Ardan antwoordde dat men door middel van goed, geplaatste vuurpijlen de kracht van den val zou breken. Deze bewering was gegrond op de overtuiging, dat afgeschoten vuurpijlen, een terugwerking op het punt vanwaar zij komen uitoefenende, de kracht der beweging naar dat punt in dezelfde richting noodwendig moeten breken, 't Is waar, die vuurpijlen moesten in het luchtledige afgaan, maar het ontbrak hun niet aan zuurstof, waarvan zij zichzelven voorzagen. Zoo branden ook de vulkanen op de Maan, hoewel er geen dampkring is.

Barbicane had zich voorzien van vuurpijlen, die in kleine stalen kanonstukjes konden worden gestoken; deze stukjes konden in den bodem van het projectiel zoo worden vastgeschroefd, dat zij van binnen met den bodem gelijk kwamen, maar er van buiten een halve voet uit staken. Hij had er twintig. Zij konden zoo worden aangestoken, dat de gansche kracht naar buiten werkte. Met het in orde brengen van die toestellen verliep een uur of drie.

Intusschen naderde het projectiel de Maan al meer en meer. Het ondervond haar invloed blijkbaar in hooge mate maar zijn eigene snelheid dreef het ook in kromme lijn. Uit dien dubbelen invloed ontstond een lijn, die wellicht een tangens zou worden. Maar het was zeker, dat het projectiel niet anders dan in een schuinsche richting op de Maan zou vallen; anders toch moest de bodem van het projectiel naar dat hemellichaam gekeerd zijn.

Barbicane's ongerustheid verdubbelde, toen hij bemerkte, dat hun verblijf niet onbepaald gehoorzaamde aan de aantrekking der Maan. Wat er op werkte wist hij niet. Hij, de wetenschappelijke man, meende het laatste woord gesproken te hebben met zijn drie alleen mogelijke gevallen; terugvallen op de Aarde, terechtkomen op de Maan, blijven hangen op het nulpunt. Nu deed zich een vierde geval voor: een wachter te worden van de Maan.

Andere lieden zouden in dit geval gevraagd hebben; wat zal er met ons gebeuren ? Zij niet: zij vroegen naar de oorzaak van het gebeurde.

»Wij zijn dus gederailleerd, zei Michel Ardan. »Maar hoe komt dat?"

Sluiten