Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moesten dienen om hem bij zijn waarnemingen behulpzaam te zijn.

Zijn kijkers waren uitmuntend en bepaald voor deze reis vervaardigd. Zij vergrootten de voorwerpen 100 maal.

ZESENDERTIGSTE HOOFDSTUK.

VOORTZETTING DER REIS.

»Hebt gij ooit de Maan gezien?" vroeg eens een leermeester schertsend aan een zijner leerlingen.

De gevatte leerling antwoordde, »neen mijnheer, maar ik heb wel eens van haar hooren spreken."

In zekeren zin zou het snedig antwoord van dien leerling door de meeste aardbewoners kunnen gegeven worden. Terwijl op de Aarde en op de planeet Mars de groote vastelanden op het noordelijk halfrond liggen, is dit bij de maan op het zuidelijke't geval. Die vaste landen zijn niet zoo scherp en regelmatig begrensd als met Zuid-Amerika, Afrika en het Indisch schiereiland het geval is. De hoekige, bochtige, grillige lijnen vertoonen tal van schiereilanden, kapen, golven en baaien, zooals de Oostzee vertoont. Indien op de maan ook scheepvaart heeft plaats gehad, moest zij zeet moeielijk en gevaarlijk zijn en de varenslieden en aardrijkskundigen op dat hemellichaam waren zeer te beklagen: de eersten indien zij op zulke gevaarlijke kusten verzeilden, de laatsten indien zij ze moesten afteekenen of beschrijven.

Op de maanschijf is het naar de zuidpool veel vlakker dan naar de noordpool. Op de noordelijke helft der Maan vindt men slechts een kleine strook lands, en de overige vastelanden gescheiden door uitgestrekte zeeën '). Naar het zuiden bestaat bijna het geheele halfrond in vast land. Het is dus mogelijk, dat de maanbewoners hunne vlag reeds hebben geplant op een hunner polen, terwijl op den aardbol een Ross, een Franklin, een Kane, een Dumon d'Urville en een Lambert dat punt nog niet hebben kunnen bereiken.

!). Door »zeeën" verstaan wij in navolging der oudere maanbeschrijvers de uitgestrekte vlakten, welke naar veler meening in vroegere tijden met water ^ijn bedekt geweest.

Sluiten