Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn kaart, waaruit hem bleek, dat het de Eratosthenes was.

't Was een ringberg van 4500 meter hoogte, een van die ringgebergten welke op de Maan zoo talrijk zijn. En bij deze gelegenheid verhaalde Barbicane aan zijn vrienden de zonderlinge meening van Keppler aangaande den oorsprong dier ringgebergten. Volgens dezen beroemden sterrenkundige zijn zij door de handen van maanbewoners gegraven.

»Met welk doel?" vroeg Nicholl.

»Zeer natuurlijk," antwoordde Barbicane. »De maanbewoners hebben die verbazende werken ondernomen en die reusachtige uitgravingen gedaan, ten einde wijkplaatsen te hebben tegen de stralen der zon, die veertien dagen achtereen op hen vallen."

»De maanbewoners zijn nog zoo dom niet," meende Michel Ardan.

»'t Is een zonderling denkbeeld," vond Nicholl. »Maar waarschijnlijk kende Keppler de ware afmetingen dier ringgebergten niet, want het zou een werk van onmetelijken omvang geweest zijn, te zwaar voor de maanbewoners."

sWaarom, indien de zwaarte op de Maan zesmaal geringer is dan op de Aarde?" vroeg Michel Ardan. j;

»Maar indien de maanbewoners nu ook zesmaal kleiner zijn ? vroeg Nicholl.

»En indien er eens in 't geheel geen maanbewoners zijn, voegde

Barbicane er bij.

En dat woord maakte aan de geheele woordenwisseling een einde.

Weldra verdween de Eratosthenes onder den gezichteinder zonder dat het projectiel er nabij genoeg was gekomen voor een nauwkeurige waarneming. Deze berg scheidt de Karpathen van de Apennijnen, de belangrijkste bergketelï der Maan, loopende ten oosten van de Regenzee. De hoogste spits verheft zich 5500 meter boven de gemiddelde vlakte.

Vraagt iemand hoe men de hoogte der maanbergen kan meten, dan is het antwoord, dat daarvoor zelfs meer dan éen methode is. De lengte der schaduw, die een aan de zon blootgesteld voorwerp achter zich werpt, hangt af van de hoogte der zon. Op den . middag is de schaduw het kortst, als de zon nabij de kimmen is het langst. Daar men nu juist de hoogte der zon voor ieder punt der gedeeltelijk verlichte Maan weet, kan men, de lengte van den zwarten schaduwkegel metende, daaruit de hoogte van een berg afleiden. Ook kan men het oogenblik waarnemen, waarop de zon den top van een nog in het donkere liggenden berg begint te verlichten. Men meet den afstand van dat punt tot den verlichtingsrand en leidt daaruit, dewijl men wederom de hoogte der zon door berekening weet, de hoogte van dien bergtop af.

Deze metingen en berekeningen hebben een zoo groote juistheid, dat de hoogte van een menigte maanbergen met veel grooter

Sluiten