Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

slechts even waarnemen; het strekt zich uit van io° W. L. tot 15° O. L. Beter zagen zij het Karpathische gebergte, dat zich van 180 tot 30 O. L. uitstrekt.

Eén onderstelling kwam hun zeer aannemelijk voor. Het geheele voorkomen van het Karpatische gebergte gaf den indruk alsof het vroeger verbazend groote ringgebergten bevatte, vaneengescheurd door een uitgestrekte overstorting, door welke de Regenzee ontstaan is. Dat Karpathische gebergte zou dan zijn hetgeen de ringgebergten Purbach, Arzachel en Ptolemeüs wezen zouden, indien een overstrooming hunne wallen aan de linkerzijde deed instorten, zoodat zij één doorloopende keten werden. De toppen zijn gemiddeld 3200 meter hoog — ongeveer zooals de Pyreneën. De zuidelijke hellingen dalen snel af naar de uitgestrekte Regenzee.

Tegen 2 uur in den morgen bevond Barbicane zich boven de 200, niet ver van een berg, die Pythias heet en 1559 meter hoog is. Het projectiel was op dat oogenblik slechts 1200 kilometer van de Maan verwijderd.

De Buienzee (mare imbrium) breidde zich onder de oogen der reizigers uit als een onmetelijke vlakte, van welke men de bijzonderheden niet kon waarnemen. In de nabijheid, links, verhief zich de berg Lambert, wiens hoogte geschat wordt op 1813 meter; terwijl verder naar de grenzen de Stormenzee, op 230 N. B. en 290 O. L. de berg Euler schitterde. Deze berg slechts 1815 meter boven de oppervlakte der Maan uitstekende, is het onderwerp geweest van zeer nauwkeurige waarnemingen, door den Duitschen sterrenkundige Schrüter te Liliënthal gedaan. Deze geleerde legde zich bij het zoeken naar den oorsprong der maanbergen de vraag voor, of de stoffelijke inhoud van een ringberg altijd gelijk stond met dien van den krater. Hij bevond, dat dit in het algemeen het geval was, en besloot er uit, dat éen enkele uitbarsting van vulkanische stoffen genoegzaam is geweest om de wallen te doen ontstaan, terwijl meerdere uitbarstingen de verhouding zouden hebben gewijzigd. Doch de Euler maakte op dien algemeenen regel een uitzondering; Schröter moest aannemen, dat onderscheidene uitbarstingen moeten hebben plaats gehad, daar de krater tweemaal zooveel stoffelijken inhoud heeft als de wallen.

Al die onderstellingen mag men vergeven aan waarnemers, die de Maan van de Aarde bespieden.

Maar Barbicane wilde er zich niet mede tevreden stellen, en daar hij bespeurde, dat het projectiel met eenparige snelheid de maanschijf naderde, wanhoopte hij niet haar grond te betreden, vo°r 't minst haar zoo nabij te komen, dat hij de geheimen van de vorming der Maan zou kunnen onthullen.

Sluiten