Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de schitterende zon en de fonkelende sterren zien staan aan een pikzwart uitspansel. Datzelfde zagen trouwens Barbicane en zijn tochtgenooten.

Te 5 uur waren zij de Maan zooveel genaderd dat zij er slechts 50 kilometer van verwijderd waren en het scheen alsof zij haar konden grijpen. Michel Ardan wilde in goeden ernst een hunner vensters openen en naar beneden springen. Een groote dwaasheid, want — gezwegen van de doodelijke hoogte van den sprong, indien het projectiel niet op de Maan nederkwam, zou hij er evenmin komen.

Een uur later zagen zij de pool. Toen vertoonde de maanschijf aan de blikken der reizigers niets dan éen sterk verlichte helft, terwijl de andere in de duisternis verdween. Zachtkens zweefde het projectiel boven de-scheidingslijn tusschen het licht en het donker en werd het plotseling in een diepen nacht gedompeld.

NEGENENDERTIGSTE HOOFDSTUK.

EEN LANGE NACHT.

De overgang was zoo plotseling geweest, als ware de Maan in éen punt des tijds vernietigd.

»De Maan is naar de Maan!" riep Michel Ardan uit.

't Was ook zoo. En zij zeiven zaten in het stikdonker. Hoe zuinig ook op het gas, toch moest Barbicane verzoeken licht aan te steken.

»Die satansche zon!" riep Michel Ardan uit. »Zij onttrekt ons haar licht, dat zij ons toch gemakkelijk gunnen kon."

» t Is de schuld niet van de zon, maar van de Maan, die ons eenvoudig het zonlicht onderschept," sprak Nicholl.

Barbicane scheidde hen door aantemerken, dat noch de zon noch de Maan er schuld aan hadden, maar het projectiel, dat in plaats van behoorlijk in zijn baan te blijven, zuidwaarts was uitgeweken. »En om billijk te zijn," voegde hij er bij, »moeten wij de schuld geven aan dien verwenschten vuurkogel, die ons van onzen wee heeft afgetrokken." 6

»Goed en wel," antwoordde Michel Ardan, »en daarom, wij hebben 'ang genoeg waargenomen, laat ons nu iets gebruiken."

Sluiten