Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De beide anderen lachten hartelijk om dezen uitval. Maar door de levendigheid van hun gesprek hadden zij niet bemerkt, dat het projectiel, na zijn gewone baan te hebben behouden tot boven den evenaar der Maan, zich opeens met snelle vaart van haar was gaan verwijderen.

VIERENVEERTIGSTE HOOFDSTUK.

DE VUURPIJLEN.

Het was niet tegen te spreken — elke seconde vergrootte den afstand tusschen hen en het hemellichaam, dat zij niet hadden mogen betreden, maar slechts van verre waarnemen. Ook de stand van het projectiel was veranderd: het wendde nu de punt naar de Maan, den bodem naar de Aarde.

Deze verandering wekte Barbicane's verbazing. Indien het projectiel zich om de Maan moest bewegen in een elliptische baan, moest immers het zwaarste gedeelte naar de Maan gericht blijven, zooals met de Maan ten opzichte van de Aarde het geval is?

Bij nauwkeurige waarneming van de baan, die het projectiel thans beschreef, moest blijken, dat zij gelijk was aan die der uitreis. Het projectiel beschreef dus een zeer verlengde ellips, die zich waarschijnlijk uitstrekte tot het boven beschreven nulpunt, waar de aantrekking der Aarde en die der Maan tegen elkander juist opwegen.

Tot die overtuiging kwam Barbicane ook door zijn waarnemingen; zijn vrienden waren van hetzelfde gevoelen.

»En als wij dat punt hebben bereikt, wat zal er dan van ons worden ?'' vroeg Michel Ardan.

Barbicane verklaarde het niet te weten.

»Maar wat denkt gij er van ?"

»Van tweeën één: of, de snelheid zal ontoereikend zijn, en dan blijven wij ten eeuwigen dage op dat nulpunt hangen; öf, de snelheid zal groot genoeg zijn, en dan moeten wij maar verder onze elliptische baan om de Maan gaan beschrijven."

»Zit er niets anders op?"

«Niets in het minste."

Sluiten