Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gehouden. De reizigers gevoelden het aan hen zeiven. Zij waren wel zeer nabij het nulpunt, zoo zij er al niet waren ....

»Eén uur!" zeide Barbicane.

Michel Ardan bracht het aangestoken wasje bij een toestel, die onmiddellijk gemeenschap had met de vuurpijlen. Daar er geen lucht was en dus geen leiding van het geluid, hoorden zij niets van de uitbarsting. Maar door het raampje zag Michel Ardan een lichtstreep, die echter aanstonds uitdoofde.

Het projectiel onderging een schok, die zich zeer duidelijk liet bemerken.

Met strakke blikken, zonder een woord te spreken, nauwelijks adem halende, zaten de drie vrienden — men zou in de grafstilte hun hart kunnen hooren kloppen.

»Vallen we?" vroeg eindelijk Michel Ardan.

»Neen," antwoordde Nicholl, »want het projectiel heeft zich omgewend en zijn bodem naar de Maan gekeerd."

Op dat oogenblik trad Barbicane van het raampje weg, keerde zich naar zijn vrienden en sprak doodsbleek met samengetrokken lippen : »Wij vallen !"

»Naar de Maan?" riep Michel Ardan.

»Naar de Aarde," antwoordde Barbicane somber.

»Alle duivels!" schreeuwde Michel Ardan uit; maar met wijsgeerige bedaardheid voegde hij er bij: »In vredesnaam! Toen wij in het projectiel kropen, betwijfelden wij of het wel gemakkelijk zijn zou er uit te komen."

Het was zoo — een vreeselijke val begon. De snelheid, die het projectiel nog had overgehouden, had het voorbij het nulpunt doen schieten. De uitbarsting der vuurwerken had het kunnen remmen. De snelheid, welke op de uitreis het projectiel voorbij het nulpunt had doen schieten, deed dat ook op den terugweg. Naar de wetten van beweging moest het gevaarte denzelfden weg terugloopen als het had afgelegd. Een vreeselijke val! Van een hoogte van 60,000 uren gaans! En daar was niets aan te doen; het projectiel moest onfeilbaar met dezelfde snelheid de Aarde bereiken waarop het uit het stuk geschoten was: 16,000 meter in de laatste seconde!

»Wij zijn verloren !" zei Nicholl koel.

»Welnu," antwoordde Barbicane, »als wij sterven, kan men van onze reis van alles verzinnen. Wij kunnen er niets aan doen. Aan ons ligt het niet. De wereld moet dan maar met den dichter zeggen:

Rekent d'uitkomst niet, maar telt het doel alleen.

Nicholl en Michel Ardan bedekten hun gelaat met de handen.

»In Gods naam!" sprak Barbicane, de armen op de borst gekruist.

Sluiten