Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dunkt, ik zie hen, onze kloeke landgenooten, gekampeerd op den bodem eener vallei, aan den oever van een liefelijke maanbeek, nabij het door de vulkanische rotsblokken half stuk geslagen projectiel. Kapitein Nicholl begint zijn opmetingen, de voorzitter Barbicane is bezig met zijn reisverhaal in het net te schrijven en Michel Ardan parfumeert de eenzame maanvlakte met zijn potjes en fleschjes."

»Zeker is het zoo; zeker, daar is geen twijfel aan!" riep de adelborst uit, zich van pret de handen wrijvende bij deze fraaie beschrijving.

»Ik wil het graag gelooven," antwoordde luitenant Bronsfield, die in het geheel niet in deze verrukking deelde. »'t Is maar ongelukkig, dat wij nimmer tijding uit de Maan zullen krijgen."

»Met uw verlof, luitenant," vroeg de adelborst, »maar kan de voorzitter Barbicane niet schrijven ?"

Een algemeene uitbarsting van lachen was het eenig antwoord.

»Geen brieven," ging de opgewonden jonkman voort. »De postbeambten hebben er niets mee noodig."

»De telegraafbeambten dan wel ?" vroeg een der officieren spottend.

»Die ook niet," zei de adelborst, die het niet wilde opgeven. »Maar het is zeer gemakkelijk, een gemeenschap met de Aarde te openen door middel van teekens."

»En hoe dat dan?"

»Door middel van den telescoop van Longs piek. Gij weet hoe sterk hij de Maan aanhaalt, en gij weet ook, dat men er voorwerpen van 9 voet doorsnede op de Maan door zien kan. Welnu, laten onze maanmannen een reusachtig alphabet nemen! Zij moeten woorden schrijven van honderd meter, en op die wijze kunnen zij ons tijdingen toezenden."

Een algemeen gejuich beantwoordde dezen voorslag van den adelborst, wien het waarlijk niet aan een levendige verbeelding ontbrak. Zelfs luitenant Bronsfield vond het denkbeeld niet onuitvoerlijk. Hij gaf toe, dat men ook een onmiddellijke gemeenschap met de Maan zou kunnen openen door middel van blinkende straalbundels, teruggekaatst door parabolische spiegels; deze stralen zouden, meende hij, even zichtbaar zijn op de oppervlakte van Venus of Mars, als de planeet Neptunus van de Aarde, namelijk met een sterken kijker. Hij eindigde met de mogelijkheid te opperen, dat lichtpunten, reeds meermalen op de naastbijstaande planeten waargenomen, zeer wel proeven zouden kunnen zijn, daar genomen om gemeenschap met de Aarde te openen. Maar hij deed opmerken, dat al kon men op die wijze tijdingen van de Maan ontvangen, men er daarom nog geen heen kon zenden, tenzij de maanbewoners instrumenten tot hun beschikking hebben, geschikt om op hun beurt zulke waarnemingen in de verte te doen.

Sluiten