Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KLEIN DUIMPJE.

Er was ereis een arme man,

die hout hakte in het bosch ;

Zijn hutje was maar ruw gebouwd,

en 't dak begroeid met mos;

Zijn vrouw hielp trouw bij 't werken meê

en droeg het hout naar huis,

Kn stapelde de takken dan

heel netjes in de kluis.

Zij hadden zeven kinderen,

dat was een groote schat;

Doch zeven monden — lieve deugd,

die lusten je zoo wat!

Het waren allen jongentjes,

het oudste knaapje tien,

Het jongste nog eerst zeven jaar,

een kleuter bovendien.

Hij was niet grooter dan een duim,

maar toch een slimme guit;

„Klein-duimpje" noemden hem zijn broêrs,

en sliepten 't ventjen uit.

Sluiten