Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

r„

Klein-duimpje kende de afspraak nu,

en klom weer stil in bed;

Doch slapen kon het ventje niet,

'• want hij had niets geen pret.

Geen wonder! — in het groote woud

• • • verlaten zijn, alleen! —

Hij beefde nu al, en hij dacht:

Waar moet het met ons heen? Maar spoedig was zijn plan gemaakt,

vroeg klom hij 't bed al uit,

En lichtte toen de deurklink op,

stil, zonder 't minst geluid. Nu liep Klein-duimpjen op een draf

naar 't beekjen in het bosch, Dat ruischte langs den groenen zoom,

begroeid met donzig mos.

Maar ons Klein-duimpje had geen oog

voor 't glinstren van de beek;

Noch voor het wilde bloemetje,

dat geurend opwaarts keek.

Hij zocht alleen aan. d' oeverkant

naar steentjes, wit en rond,

Naar kiezelsteentjes, die hij daar

alras in menigt' vond; En vulde er beï zijn zakken meê,

en liep, zoo snel hij kon, Terug naar 't huisje, reeds omgloord

door 't rozelicht der zon. „Waar was je?" — vroeg zijn moeder hem,

terwijl zij treurig keek;

,,lk ben mij" — sprak Klein-duimpje snel,

,#,gaan wasschen in de beek." ,,Komt, kinderen !" — sprak de vader, — „komt,

je moogt van daag eens meê;

Sluiten