Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nu — en de kast was vol met brood ....

och, och ! wat viel dat zuur !

„o Man, wat heb je me een verdriet,

een leed gedaan en pijn !

„Onze arme, lieve kinderen

waar of die nu wel zijn ?

„Nu zwerven ze in het groote bosch,

misschien zijn ze al verscheurd

,,Door wolf of beer — wie weet, wie weet

wat meer nog is gebeurd."

En moeder snikte, en vader zweeg

met tranen in zijn oog,

En zag vol meedlij naar zijn vrouw,

die 't hoofd mistroostig boog.

„Och, och, waar toch mijn kindren zijn ?

Zoo kreet zij telken keer;

„Hier zijn we !" — klonk Klein-duimpjes stem ;

„hier moeder, zijn we weer!"

En moeder hoorde 't blij gejuich,

En sloot haar kroost aan 't hart;

En vader lachte van plezier ....

vergeten was de smart.

Toen dreef de volle pot met brei

de vreugde hoog in top, Klein-duimpje klom langs moeders rok

de bank en tafel op ;

En allen schaarden zich er rond,

tot zelfs de hond en kat —

'k Behoef wel niet te zeggen, wie

het beste plaatsje had. En moeder schepte altijd maar door,

dat was je eerst een pleizier !

En ieder hield zijn napje bij —

Klein-duimpje at voor vier.

Sluiten