Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Steeds bleef het plekje zichtbaar —

dat was een naar geval!

Tot overmaat van jammer

kwam Blauwbaard onverwacht wat moest er nu bedacht?

toch hield zij zich verblijd, dat gij er nu al zijt!"

haar om de sleutels vroeg, al sterk en sterker sloeg.

maar nu zij nader trad,

Terug, dienzelfden avond, — Doch schoon zij heimlijk beefde, En sprak ze: „Hoe gelukkig Maar toen hij d' andren morgen Toen was 't haar of haar harte Zij ging de sleutels halen,

Zag Blauwbaard wel aan 't beven,

wat zij misdreven had. — „Hoe komt hier bloed aan?' — vroeg hij

met barsche stentorstem. „Dat weet ik niet;" — zei ze angstig

en sidderde voor hem. „Weet gij dat niet?" — vroeg Blauwbaard;

„nu ik, ik weet het wel;

„Gij hebt u in 't geheel niet

gestoord aan mijn bevel,

„En toch het durven wagen

in 't kamertje te gaan; „Mevrouw! — vervolgde Blauwbaard, —

„dat komt je duur te staan." „Och!" — riep zij bitter schreiend, —

„Vergifnis, mijn Gemaal!"

Maar beter had haar snikken

een hart van steen of staal

Sluiten