Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE GELAARSDE KAT.

Eens — maar nu reeds lang geleden,

mogelijk wel duizend jaar, — Leefde er dicht bij 't naaste dorpje

met drie zoons een molenaar. Hij was oud al; — en zijn molen

en zijn ezel, en zijn kat,

Dat was alles wat ter wereld

onze molenaar bezat.

Toen hij stierf liet hij den molen

aan zijn oudsten jongen na;

Voor zijn tweeden zoon was de ezel,

en de jongste kreeg? .... ha, ha! Kattepoes. — Maar met dat erfdeel

was hij lang niet in zijn schik ; „Jelui," — zei hij tot zijn broeders —

„kunt best leven zoo; maar ik, „Wat moet ik met poes beginnen?

Haar verkoopen? doch: wat dan?

„Muizen op den zolder vangen,

dat is alles wat zij kan.'' —

Sluiten