Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nu was juist des Konings rijtuig

aangekomen voor de poort;

Poes, die 't kraken van de wielen

op den zandweg had gehoord

Liep zoo vlug zij kon den Koning

en zijn dochter te gemoet,

En wel tienmaal deftig buigend,

sprak zij : „Sire wees gegroet

„Bij uw aankomst in 't oude burchtslot

van Markies van Carabas!" —

Wat haar meester, de arme jongen,

bij die woorden angstig was!

„Wel, Markies! behoort dit vorstlijk,

trotsch kasteel u ook al toe?

,,'k Vind het prachtig, keurig, heerlijk,

'k word het kijken nimmer moê;

,,'k Zou het ook wel graag van binnen

eens beschouwen;" — sprak de Vorst;

En de jonkman dacht er over,

of hij dal wel wagen dorst;

Maar de poes was met den Koning

reeds de trappen opgegaan,

En haar meester bood zijn arm dus

't lief prinsesje hoff'lijk aan,

En geleidde haar zeer deftig

naar de rijk versierde zaal,

Waar de toovnaar voor zijn vrienden

juist een overheerlijk maal

Aangericht had; — doch de vrienden

bleven weg, wijl zij de koets

Van den Koning zagen wachten.

Ondertusschen had de poes

Reeds de glazen vol geschonken

met een geurig zoeten wijn; —

Sluiten